“Wie liefde voelt voor al wat is, opent deuren naar hogere kennis”
Het gewijde Pad
Een pad door het gras onder schaduwrijke bomen is een aangename plek. Zelfs als er niemand anders is, is duidelijk te zien dat velen dat pad eerder zijn gegaan, en door daar te zijn heeft men iets met hen gemeen. Zo’n pad is symbolisch voor een blijvende waarheid in het leven van een mens: waar men ook gaat, anderen waren er al eerder.
Er is een gewijd pad waar we al­len naar zoeken, naar het god­de­lijke be­wust­zijn in de mens en de natuur. Het is een troost te weten dat ook hier on­zicht­bare met­ge­zel­len ons zijn voor­ge­gaan. Zij lieten sporen achter zodat wij kunnen zien in wel­ke richting zij gingen. Al zien we nooit hun gezicht, we weten dat zij ons voor­uit zijn in de levens­stroom die eindeloos voortgaat – en wij gaan mee.
– Gertrude W. Hockinson
NIEUW:
Theosofische ontmoetingsweek
Theosofische verkenningen
Onze weg vinden in een moeilijke tijd,
een somber verhaal
“Toen de gezegende Boeddha in Uruvela was, (...) en zijn geest op de keten van oorzakelijkheid had gericht, sprak hij aldus: ‘uit Onwetendheid ontstaan de samkhara’s* van drievoudige aard – voortbrengselen van lichaam, spraak en gedachte. Uit de samkhara’s ontstaat bewustzijn, uit bewustzijn ontstaan naam en vorm, daaruit ontstaan de zes re­gi­o­nen (van de zes zin­tuigen is het zevende slechts in het bezit van de ver­lichten); door de ge­waar­wor­ding ont­staat daar­uit con­tact; daar­uit ont­staat dorst (of be­geer­te, Kama, tanha) uit dorst ge­hecht­heid, bestaan, geboor­te, ouder­dom en dood, smart, geklaag, lijden, neer­slach­tig­heid en wan­hoop. Door het vernie­tigen van onwetend­heid worden de Samkhara’s vernietigd en worden hun bewustzijn, naam en vorm, de zes regionen, contact, ge­waar­wor­ding, dorst, ge­hecht­heid (zelf­zucht), be­staan, ge­boor­te, ou­der­dom, dood, smart, ge­klaag, lij­den, neer­slach­tig­heid en wan­hoop ook ver­nie­tigd. Zo ver­loopt het beëin­digen van deze op­een­hoping van lijden.’ ”
Dit wetende, deed de Gezegende de volgende plechtige uit­spraak: “Als de werkelijke aard van de dingen aan de mediterende Bhikshu duidelijk wordt, dan zullen al zijn twijfels verdwijnen want hij heeft geleerd wat die aard is en wat zijn oorzaak. Uit onwetendheid komt alle kwaad voort. Kennis maakt aan deze opeenhoping van ellende een einde, en dan verdrijft de mediterende Brahmana de scharen van Mara zoals de zon die de hemel verlicht.”
Geachte lezer,
Zet u schrap. Als u iets van theosofie wilt leren kennen, moet u erop voorbereid zijn, dat u geen opgewekt verhaal voorgeschoteld krijgt, waarin heel gemakkelijk goed nieuws wordt verkondigd. Theosofen zijn geen morbide evangelisten, maar zoeken de zon in zichzelf. Theosofen zoeken naar Waarheid en die vinden we al sinds mensenheugenis alleen in onszelf, niet in de wereld om ons heen, want daarin regeert de leugen. Wie zich op zijn gemak voelt bij de filosofische kant van de theosofie zal ook moeten toegeven dat er geen goed nieuws bestaat. Wat zogenaamd goed of positief nieuws is, behoort normaal te zijn, geen uitzondering en behoort dus niet het predikaat ‘goed’ te krijgen. Om het helemaal goed te zeggen, goed en slecht (of kwaad) bestaan niet. Zoals een leraar van mevrouw Blavatsky het ergens in die uitgestrekte oceaan van diepzinnige woorden aan de heer Sinnett liet weten, geven ‘slecht’ of ‘goed’ slechts de staat van volmaaktheid van een ding of mens aan, voor zover de waarnemer die kan zien.
Het volgende dat ieder mens die oprechte belangstelling voor theosofie heeft, moet weten is dat de weg van innerlijke ontwikkeling geen gemakkelijke weg is. Theosofie is een ingewikkelde matrix van tal van aspecten van het occultisme die steunt op drie pilaren: wetenschap, filosofie en religie. We kunnen dus niet eenvoudig een cursus aanbieden die u alles over het occultisme leert, want dat is gods onmogelijk. Op het plein waar wetenschap, filosofie en religie worden aangeboden brengt u uw eigen ervaringen in en moet u aan de slag met uw esoterische kooktoestel. U slaat nieuwe wegen in, let op uw ervaringen en subtiele tekens en probeert meer van de occulte filosofie en kennis te weten te komen. In de tussentijd let u op uw morele gedrag en probeert oprecht en zuiver door het leven te gaan. Uw morele ontwikkeling is dan ook een sine qua non voor de vermeerdering van kennis. En onbewust begint u al de berg van Sisyphus te beklimmen. Haast u echter niet, geduld is een van de deugden die we nog moeten verwerven of die u misschien al beheerst? Laten we eerst eens kijken hoe het landschap waar we doorheen trekken eruit ziet. Wat maakt theosofie eigenlijk zo moeilijk te doorgronden?
Het is misschien wel de sceptische wetenschappelijke wereld die in zijn arrogantie en hooghartigheid onze existentie aan ons brein en het dna toeschrijft en daar de hele wereld als een soort alles doordringende balsem mee impregneert en zo het Leven eruit verdrijft. Dát maakt waarom theosofie zo moeilijk is te vatten. Het is de wereld van objectiviteit en misleiding van de zintuigen. Waarom dan toch zoeken in die wereld van ons diepste zelf? Omdat het beloond wordt. Elke inspanning die ons dichterbij ons betere of hogere zelf brengt, wordt beloond. Elk offer op het altaar van het Zelf van ons dat alles overleeft — en wij zijn Onsterfelijk — maakt ons gelukkiger. Niet de drank van de alcoholist of het zakje poeder van de verslaafde.
Tegen de stroom in
Sinds mevrouw H.P. Blavatsky in 1875 samen met H.S. Olcott, W.Q. Judge en ande­ren, op wens van de adepten van de broederschap van mededogen, het start­schot gaf voor de hernieuwde ver­sprei­ding van de oude wijs­heid, is de moder­ne beschaving in een hoge ver­snel­ling verder doorge­drongen in het kali-yuga, het wrede en harde tijd­perk van de oude Indiase chrono­logie (kali is ijzer [koud, gevoelloos] of zwart en yuga is tijdperk). In dit kortste tijd­perk van alle yuga’s houdt de mens zich voor­na­me­lijk be­zig met zijn on­der­buik­ge­voe­lens, met sen­su­a­li­teit, macht en wordt het lichaam verheerlijkt, net zoals in de laatste dagen van Atlantis. Leu­gen­ach­tig­heid van ‘voor­na­me men­sen’ wordt ge­ac­cep­teerd en rijk­dom is een te­ken van aanzien en wordt na­ge­streefd. We zien steeds vaker een we­reld van scho­ne schijn. Laten we eerlijk zijn, onze Facebook-sa­men­le­ving zit in een cri­sis. Dit kali­yuga, de klein­ste en laat­ste van vier cyclus­sen waar­in de deugd ver is te zoe­ken en steeds moei­lij­ker wordt ge­von­den én uit­ge­oe­fend, duurt maar liefst 432.000 jaar en be­staat uit een on­tel­baar aan­tal klei­ne cy­clus­sen.
Wie er een studie van maakt en goed nadenkt moet uiteindelijk tot de conclusie komen dat die cyclussen niet door een God of valse duivel kunnen zijn gemaakt, maar dat die door ons zelf in dit leven of in eerdere incarnaties zijn op­ge­wekt. En dat is goed nieuws. Het is goed nieuws, omdat iets wat door onszelf in de wereld is geroepen ook door onszelf geneutraliseerd kan worden, kan worden verwijderd. Hoe we dat kunnen doen? Wel, één weg is het leren beoefenen van verheven gedragsregels, binnen de theosofie bekend als de pāramitā’s. Wel, dat is gemakkelijker geschreven dan geleerd. Wie zich volledig bewust is van de reikwijdte van deze regels schrikt vaak terug van de morele diepgang die ze hebben.
In zowel de boeddhistische als de moderne theosofische literatuur is veel geschreven over de ‘verheven deugden’ of pāramitā’s, maar helaas heeft men ze te vaak alleen gezien als edele maar praktisch onuitvoerbare gedragsregels; het zijn wel gedragsregels, maar ze zijn meer dan dat. Het zijn in feite de regels voor het denken en handelen die de aspirant-chela moet volgen, in het begin zo goed als hij kan, maar later volledig, zodat zijn hele leven erdoor wordt beheerst en verlicht. Alleen zo kan de discipel bereiken wat de Heer Boeddha de ‘andere oever’ noemde – de spirituele gebieden die moeten worden bereikt door de stormachtige oceaan van het menselijke bestaan over te steken en wel op eigen spirituele, mentale en psychische kracht, en alleen met die hulp die hem, gezien zijn vroegere karma, kan worden verleend.
Deze don­ke­re of ij­ze­ren eeuw zou zijn begon­nen met de dood van Krishna, ca. 5000 jaar geleden. We moe­ten dus nog ze­ker 427.000 jaar wor­ste­len met sterke materia­lis­tische ten­densen en ver­lies aan geeste­lijk in­zicht, eer we door de Kalki-avatara‡ wor­den ge­leid naar het vol­gende tijd­perk, een ruim 1,7 miljoen jaar durende periode van spiritueel geluk. Misschien enigszins vergelijkbaar met de situatie van de naoorlogse westerse wereld, waarin de moderne mens toch heel anders denkt en leeft dan vóór de tijd van Hitler. Tenminste, als we WOII mogen beschouwen als de laatste crisis aan het einde van een kleiner “kali-yuga” in het grote kali-yuga, een cyclus in een cylus, zoals wel wordt gesuggereerd. En dat is niet het einde van het verhaal. Hoe kan er ook een einde zijn in een eindeloos universum?
Ik voel, net als veel an­dere theo­sofen, een grote be­hoef­te om het voor onze lot­ge­noten in dit hel­se kaliyuga draag­lijker te maken. Daar­om pro­be­ren we dat­gene dat we in de loop van decen­nia heb­ben ge­leerd, door te geven. Het en­thou­sias­me is er, vol­maakt­heid helaas niet. Ik hoop dat de lezer begrip heeft voor de vele on­vol­ko­men­heden die op deze web­site voor het op­rapen liggen. Ik heb een dis­cus­sie­panel toe­ge­voegd waarin u vragen, op­mer­kingen, fouten en wat al niet kwijt kunt. U kunt anoniem reageren, maar uw reactie verschijnt dan niet direct, maar pas na mijn goedkeuring.
Een andere verandering ten opzichte van de vorige website is dat u nu linksboven op het icoontje van het navi­gatie­menu kunt klik­ken om binnen de web­site te manoeu­vreren. Deze theosofische akker zal vrij blijven van adver­ten­ties en het ver­stik­kende onkruid van de sociale media.
Oude artikelen zullen wor­den terug­geplaatst als ik ze onder handen heb geno­men. Nu ik er na vele jaren opnieuw en kritisch naar kijk, zie ik tot mijn schande, dat som­mige artike­len taal­kundig of anderszins helaas onder de maat zijn. Hoe dan ook, ik hoop dat u net zoveel kracht en inzicht aan theoso­fie kunt ontlenen als ik. Meer kennis zal ons bevrij­den van de twaalf nidāna’s, de oor­zaken van karma en reïncarnatie. Mocht u een nog veel grotere honger naar verbor­gen kennis hebben dan op deze site wordt aange­boden, dan wil ik u graag door­verwijzen naar de website en litera­tuur van het Theoso­fisch Genoot­schap die almaar groeit en van de hoogste kwaliteit is.
Fred Pruyn, februari 2017
*Samkhara. Dit is een Pali-woord met vele betekenissen dat niet zo gemakkelijk is te vertalen. H.P. Blavatsky noemt het in de Sleutel tot de theosofie ‘Een van de vijf boeddhistische skandha’s of eigenschappen. Neigingen van het denkvermogen’ (voetnoot op blz. 120 en 339). Maar in de context van ‘afhankelijk ontstaan’ zou het kunnen worden vertaald als mentale vormen die kamma, begeerte, ontwikkelen. Zie ook een Chinees boeddhistische encyclopedie. [Terug naar de tekst]
Alfred Percy Sinnett (Londen, 18 januari 1840 - 26 juni 1921). Brits redacteur van een Engelse krant in India, auteur en theosoof. [Terug naar de tekst]
Zie G. de Purucker, Bron van het Occultisme, blz. 49 en bijbehorende voetnoot: “Pāramita en pāragata (of het equivalent pāragāmin) zijn samengestelde Sanskrietwoorden die betekenen ‘iemand die de andere oever heeft bereikt’; pāramitā (de vrouwelijke vorm) wordt gebruikt voor de verheven deugden of eigenschappen die men moet aankweken om die oever te bereiken. Er is hier een nuanceverschil in betekenis waarop we moeten letten: pāramita houdt de gedachte in dat men is ‘overgestoken’ en dus is ‘aangekomen’, terwijl pāragata (of pāragāmin) het ‘vertrek’ van deze kant inhoudt en dus ‘heengegaan’ betekent om behouden de andere oever te bereiken.
  Een ander veelgebruikt woord in boeddhistische geschriften, waarin het subtiele onderscheid tussen bovengenoemde termen eveneens tot uitdrukking komt, is Tathāgata, een titel die aan Gautama Boeddha wordt gegeven. Dit is een samengesteld Sanskrietwoord dat op twee manieren kan worden gesplitst: tathā-gata, ‘aldus heengegaan’, dat wil zeggen, vertrokken naar en aangekomen op de andere oever; en tathā-āgata, ‘aldus aangekomen of gekomen’, zodat de betekenis van de term Tathāgata is: iemand die zowel is ‘vertrokken’ naar, als ‘aangekomen’ op de andere oever, zoals ook zijn voorganger-boeddha’s hebben gedaan.” [Terug naar de tekst]
‘Na een nauw­keurig verslag van de onrecht­vaardig­heden die de mens­heid begaat ‘tot de mens zijn vernie­tiging nadert’ tegen het einde van kali­yuga, ons hui­dige tijd­perk, voor­spelt het Vishņu Purāņa de vernieuwing die zal plaatsvinden wanneer ‘een deel van dat goddelijke wezen, dat vanuit zijn eigen geestelijke natuur bestaat, in de persoon van Brahmā, en het begin en het einde is en alle dingen omvat, naar de aarde zal afdalen’. Dit is Kalkī, de tiende avatāra of goddelijke incarnatie, die in het dorp Śambhala zal worden geboren om alles dat onwaar en onrechtvaardig is te vernietigen, en de dharma opnieuw te vestigen, de wet van waarheid, zuiverheid, en plicht. De mensen van wie het denken zal zijn ontwaakt en veranderd door die opmerkelijke periode ‘zullen de zaden van de mensheid zijn, en zullen een nieuw ras tot geboorte brengen dat de wetten volgt van het krita-tijdperk (of tijdperk van zuiverheid)’, ook bekend als satyayuga (tijdperk van waarheid).’ – Grace F. Knoche, Duizend lichten aansteken, blz. 182, zie ook The Vishņu Purāņa, Eng. vert. H.H. Wilson, 4:224-9, boek 4, hfst. 24. [Terug naar de tekst]
z