“Er is geen geluk voor iemand die altijd aan het eigen zelf denkt en alle andere zelven vergeet” — een van de leraren van H.P. Blavatsky
 
Een pad door het gras onder schaduwrijke bomen is een aangename plek. Zelfs als er niemand anders is, is duidelijk te zien dat velen dat pad eerder zijn gegaan, en door daar te zijn heeft men iets met hen gemeen. Zo’n pad is symbolisch voor een blijvende waarheid in het leven van een mens: waar men ook gaat, anderen waren er al eerder.
Er is een gewijd pad waar we al­len naar zoeken, naar het god­de­lijke be­wust­zijn in de mens en de natuur. Het is een troost te weten dat ook hier on­zicht­bare met­ge­zel­len ons zijn voor­ge­gaan. Zij lieten sporen achter zodat wij kunnen zien in wel­ke richting zij gingen. Al zien we nooit hun gezicht, we weten dat zij ons voor­uit zijn in de levens­stroom die eindeloos voortgaat – en wij gaan mee.
– Gertrude W. Hockinson
NIEUW:
Theosofische ontmoetingsweek
Theosofische verkenningen
“Toen de gezegende Boeddha in Uruvela was, aan de oever van de rivier Nerañjarā, en rustte onder de Bodhiboom van wijsheid nadat hij Samboeddha was geworden, en aan het eind van de zevende dag zijn geest op de keten van oorzakelijkheid had gericht, sprak hij aldus: ‘uit Onwetendheid ontstaan de samkhara’s* van drievoudige aard – voortbrengselen van lichaam, spraak en gedachte. Uit de samkhara’s ontstaat bewustzijn, uit bewustzijn ontstaan naam en vorm, daaruit ontstaan de zes re­gi­o­nen (van de zes zin­tuigen is het zevende slechts in het bezit van de ver­lichten); door de ge­waar­wor­ding ont­staat daar­uit con­tact; daar­uit ont­staat dorst (of be­geer­te, Kama, tanha) uit dorst ge­hecht­heid, bestaan, geboor­te, ouder­dom en dood, smart, geklaag, lijden, neer­slach­tig­heid en wan­hoop. Door het vernie­tigen van onwetend­heid worden de Samkhara’s vernietigd en worden hun bewustzijn, naam en vorm, de zes regionen, contact, ge­waar­wor­ding, dorst, ge­hecht­heid (zelf­zucht), be­staan, ge­boor­te, ou­der­dom, dood, smart, ge­klaag, lij­den, neer­slach­tig­heid en wan­hoop ook ver­nie­tigd. Zo ver­loopt het beëin­digen van deze op­een­hoping van lijden.’ ”
Dit wetende, deed de Gezegende de volgende plechtige uit­spraak: “Als de werkelijke aard van de dingen aan de mediterende Bhikshu duidelijk wordt, dan zullen al zijn twijfels verdwijnen want hij heeft geleerd wat die aard is en wat zijn oorzaak. Uit onwetendheid komt alle kwaad voort. Kennis maakt aan deze opeenhoping van ellende een einde, en dan verdrijft de mediterende Brahmana de scharen van Mara zoals de zon die de hemel verlicht.”
Geachte lezer,
Sinds mevrouw H.P. Blavatsky in 1875 samen met H.S. Olcott, W.Q. Judge en ande­ren, het start­schot gaf voor de ver­sprei­ding van de oude wijs­heid met hulp en toelich­tingen van de in­ge­wij­den van de wit­te broeder­schap, is de moder­ne beschaving in een hoge ver­snel­ling verder doorge­drongen in het kali­yuga, het wrede en harde tijd­perk van de oude Indiase chrono­logie. In dit tijd­perk houdt de mens zich voor­na­me­lijk be­zig met zijn on­der­buik­ge­voe­lens, met sen­su­a­li­teit, macht, li­cha­me­lij­ke dingen. Leu­gen­ach­tig­heid van ‘voor­na­me men­sen’ wordt al­ge­meen ge­ac­cep­teerd en rijk­dom is een ge­re­spec­teerd te­ken van suc­ces en wordt na­ge­streefd. Het is een we­reld van scho­ne schijn. En daar­door zien we het el­ke dag op­nieuw: de sa­men­le­ving zit in een cri­sis. Dit kali­yuga, de klein­ste en laat­ste van vier cyclus­sen waar­in de deugd ver is te zoe­ken en steeds moei­lij­ker wordt ge­von­den én uit­ge­oe­fend, duurt maar liefst 432.000 jaar en be­staat uit een on­tel­baar aan­tal klei­ne cy­clus­sen.
Wie er een studie van maakt en goed nadenkt moet uiteindelijk tot de conclusie komen dat die cyclussen niet door een God of valse duivel kunnen zijn gemaakt, maar dat die door ons zelf in dit leven of in eerdere incarnaties zijn op­ge­wekt. En dat is goed nieuws. Het is goed nieuws, omdat iets wat door onszelf in de wereld is geroepen ook door onszelf geneutraliseerd kan worden, kan worden verwijderd. Hoe we dat kunnen doen? Wel, één weg is het leren beoefenen van verheven gedragsregels, binnen de theosofie bekend als de pāramitā’s. Wel, dat is gemakkelijker geschreven dan geleerd. Wie zich volledig bewust is van de reikwijdte van deze regels schrikt vaak terug van de morele diepgang die ze hebben.
In zowel de boeddhistische als de moderne theosofische literatuur is veel geschreven over de ‘verheven deugden’ of pāramitā’s, maar helaas heeft men ze te vaak alleen gezien als edele maar praktisch onuitvoerbare gedragsregels; het zijn wel gedragsregels, maar ze zijn meer dan dat. Het zijn in feite de regels voor het denken en handelen die de aspirant-chela moet volgen, in het begin zo goed als hij kan, maar later volledig, zodat zijn hele leven erdoor wordt beheerst en verlicht. Alleen zo kan de discipel bereiken wat de Heer Boeddha de ‘andere oever’ noemde – de spirituele gebieden die moeten worden bereikt door de stormachtige oceaan van het menselijke bestaan over te steken en wel op eigen spirituele, mentale en psychische kracht, en alleen met die hulp die hem, gezien zijn vroegere karma, kan worden verleend.
Deze don­ke­re of ij­ze­ren eeuw zou zijn begon­nen met de dood van Krishna, ca. 5000 jaar geleden. We moe­ten dus nog ze­ker 427.000 jaar wor­ste­len met sterke materia­lis­tische ten­densen en ver­lies aan geeste­lijk in­zicht, eer we door de Kalki-avatara‡ wor­den ge­leid naar het vol­gende tijd­perk, een ruim 1,7 miljoen jaar durende periode van spiritueel geluk. En dat is niet het einde van het verhaal. Hoe kan er ook een einde zijn in een eindeloos universum?
Ik voel, net als veel an­dere theo­sofen, een grote be­hoef­te om het voor onze lot­ge­noten in dit hel­se kaliyuga draag­lijker te maken. Daar­om pro­be­ren we dat­gene dat we in de loop van decen­nia heb­ben ge­leerd, door te geven. Het en­thou­sias­me is er, vol­maakt­heid helaas niet. Ik hoop dat de lezer begrip heeft voor de vele on­vol­ko­men­heden die op deze web­site voor het op­rapen liggen. Ik heb een dis­cus­sie­panel toe­ge­voegd waarin u vragen, op­mer­kingen, fouten en wat al niet kwijt kunt. U kunt anoniem reageren, maar uw reactie verschijnt dan niet direct, maar pas na mijn goedkeuring.
Een andere verandering ten opzichte van de vorige website is dat u nu linksboven op het icoontje van het navi­gatie­menu kunt klik­ken om binnen de web­site te manoeu­vreren. Deze theosofische akker zal vrij blijven van adver­ten­ties en het ver­stik­kende onkruid van de sociale media.
Oude artikelen zullen wor­den terug­geplaatst als ik ze onder handen heb geno­men. Nu ik er na vele jaren opnieuw en kritisch naar kijk, zie ik tot mijn schande, dat som­mige artike­len taal­kundig of anderszins helaas onder de maat zijn. Hoe dan ook, ik hoop dat u net zoveel kracht en inzicht aan theoso­fie kunt ontlenen als ik. Meer kennis zal ons bevrij­den van de twaalf nidāna’s, de oor­zaken van karma en reïncarnatie. Mocht u een nog veel grotere honger naar verbor­gen kennis hebben dan op deze site wordt aange­boden, dan wil ik u graag door­verwijzen naar de website en litera­tuur van het Theoso­fisch Genoot­schap die almaar groeit en van de hoogste kwaliteit is.
Fred Pruyn, februari 2017
*Samkhara. Dit is een Pali-woord met vele betekenissen dat niet zo gemakkelijk is te vertalen. H.P. Blavatsky noemt het in de Sleutel tot de theosofie ‘Een van de vijf boeddhistische skandha’s of eigenschappen. Neigingen van het denkvermogen’ (voetnoot op blz. 120 en 339). Maar in de context van ‘afhankelijk ontstaan’ zou het kunnen worden vertaald als mentale vormen die kamma, begeerte, ontwikkelen. Zie ook een Chinees boeddhistische encyclopedie. [terug naar de tekst]
Zie G. de Purucker, Bron van het Occultisme, blz. 49 en bijbehorende voetnoot: “Pāramita en pāragata (of het equivalent pāragāmin) zijn samengestelde Sanskrietwoorden die betekenen ‘iemand die de andere oever heeft bereikt’; pāramitā (de vrouwelijke vorm) wordt gebruikt voor de verheven deugden of eigenschappen die men moet aankweken om die oever te bereiken. Er is hier een nuanceverschil in betekenis waarop we moeten letten: pāramita houdt de gedachte in dat men is ‘overgestoken’ en dus is ‘aangekomen’, terwijl pāragata (of pāragāmin) het ‘vertrek’ van deze kant inhoudt en dus ‘heengegaan’ betekent om behouden de andere oever te bereiken.
  Een ander veelgebruikt woord in boeddhistische geschriften, waarin het subtiele onderscheid tussen bovengenoemde termen eveneens tot uitdrukking komt, is Tathāgata, een titel die aan Gautama Boeddha wordt gegeven. Dit is een samengesteld Sanskrietwoord dat op twee manieren kan worden gesplitst: tathā-gata, ‘aldus heengegaan’, dat wil zeggen, vertrokken naar en aangekomen op de andere oever; en tathā-āgata, ‘aldus aangekomen of gekomen’, zodat de betekenis van de term Tathāgata is: iemand die zowel is ‘vertrokken’ naar, als ‘aangekomen’ op de andere oever, zoals ook zijn voorganger-boeddha’s hebben gedaan.” [terug naar de tekst]
‘Na een nauw­keurig verslag van de onrecht­vaardig­heden die de mens­heid begaat ‘tot de mens zijn vernie­tiging nadert’ tegen het einde van kali­yuga, ons hui­dige tijd­perk, voor­spelt het Vishņu Purāņa de vernieuwing die zal plaatsvinden wanneer ‘een deel van dat goddelijke wezen, dat vanuit zijn eigen geestelijke natuur bestaat, in de persoon van Brahmā, en het begin en het einde is en alle dingen omvat, naar de aarde zal afdalen’. Dit is Kalkī, de tiende avatāra of goddelijke incarnatie, die in het dorp Śambhala zal worden geboren om alles dat onwaar en onrechtvaardig is te vernietigen, en de dharma opnieuw te vestigen, de wet van waarheid, zuiverheid, en plicht. De mensen van wie het denken zal zijn ontwaakt en veranderd door die opmerkelijke periode ‘zullen de zaden van de mensheid zijn, en zullen een nieuw ras tot geboorte brengen dat de wetten volgt van het krita-tijdperk (of tijdperk van zuiverheid)’, ook bekend als satyayuga (tijdperk van waarheid).’ – Grace F. Knoche, Duizend lichten aansteken, blz. 182, zie ook The Vishņu Purāņa, Eng. vert. H.H. Wilson, 4:224-9, boek 4, hfst. 24. [terug naar de tekst]
z