Theosofische Encyclopedische Woordenlijst
© Theosophical University Press / Fred Pruyn 2017

Heilig Hart

Een typisch rooms-katholiek gebruik van vrij recente datum waarbij het hart als een symbool wordt gezien.

Het gaat dan vooral om het hart van Jezus, aan wie rooms-katholieken al hun toewijding opdragen. Van tijd tot tijd zijn er christenen geweest die vooral dit aspect van hun religieuze visie hebben benadrukt, waaronder St. Gertrudus en St. Franciscus van Sales (17de eeuw) die aan hun orde dit symbool als een ornament schonken. Door een edict van Paus Pius IX (1856) werd die schenkingsdag opgenomen in de kalender van de kerk.

Het hart was al in de oudheid een heilig symbool en werd in Egypte verbonden met Horus, in Babylon met Bel, terwijl in Griekenland het bloedende hart verbonden werd met Bacchus.

Zijn symbool was dat van de persea. Peervormig en vooral het klokhuis van de peer vertoont overeenkomsten met de vorm van een hart. Het is soms te zien op het hoofd van Isis, de moeder van Horus, als de vrucht is opengesneden en het hartvormige klokhuis volledig wordt getoond. (TG 283)

Heilige Stad

Tal van spirituele richtingen hebben de verblijfplaats van de goden of een of andere heilige stad als het hoogste doel gezien dat een mens zou moeten zien te bereiken.

Bij de hindoes is Brahmapura de hoofdstad van Brahmā of de berg Kailasa in de Himalaya’s of berg Meru, maar ook de kamers van het hart. Volgens de Chhandogya Upanishad bevindt zich in Brahmapura ...

een woning, klein als een lotusbloem, en daarin is een kleine ruimte (antarākāśa). Wat er in is daar zou naar moeten worden gezocht; dat is beslist wat iemand zo moeten verlangen te begrijpen. (8:1:1)

Hiranyapura (de gouden stad) symboliseert de zon en de onzichtbare, etherische gebieden van de ruimte, terwijl de Siddhapura of het Witte Eiland zowel het onvernietigbare huis van de adepten op aarde is als de polen van de aarde of berg Meru.

Joden en christenen spreken over een Stad van God of een hemels Jeruzalem, het geheime of heilige Salem, als het doel van het menselijke geestelijke streven. Dit vormt een groot contrast met het aardse Jeruzalem, de aarde of de wereld van mensen. In de Kabbālāh symboliseert de Heilige Stad zowel het Heilige der Heiligen als de maqom wat ...

(de geheime plaats of het heiligdom) op aarde (is): met andere woorden de menselijke moederschoot, de microkosmische kopie en weerspiegeling van de hemelse matrix, de vrouwelijke ruimte of oorspronkelijke Chaos, waarin de mannelijke geest de kiem van de zoon of het zichtbare Heelal bevrucht. (SD 2:84)

Heilige Vier

Gebruikt in de Stanza’s van Dzyan wanneer de eerste of oorspronkelijke beginselen voor wat betreft de kosmogenese als getallen worden besproken:

I. De adi-sanat, het getal, want hij is één.

II. De stem van het woord, svabhavat, de getallen, want hij is een en negen.

III. Het ‘vormloze vierkant’ (Arupa).

En deze drie, omsloten door de (grenzeloze cirkel), zijn de heilige vier (SD 1:98).

De triade in de cirkel vormt de tetraktis of de heilige vier, het vierkant in de cirkel is de machtigste van alle magische figuren.

De kumara’s, hoewel zeven in aantal, worden de vier genoemd omdat zij de voornaamste vier zijn die zijn voortgekomen uit het viervoudige mysterie. Het is een van de vele betekenissen van de svastika. Deze heilige vier moeten worden onderscheiden van de gemanifesteerde vier of het viertal.

De hoogste en heiligste gelofte van de pythagoreeërs was ‘bij de Heilige Vier’ of tetraktis.

Zie ook Adinidana; Adisanat; Arupa; Svabhavat

Heilige vlam

Kabbālistisch begrip (vooral onder Oost-Aziatische Semieten) en een synoniem voor anima mundi (de wereldziel). Ingewijden werden Zonen van de Heilige Vlam genoemd.

Heks van Endor

De wijze vrouw van Endor of ’Eyn-dor*, die in de Bijbel wordt genoemd en een ‘waarzeggende geest’ (Sam 28:7-25) had.

Op verzoek van de ontmoedigde Saul riep zij de schaduw van Samuel op en zei: ‘Ik zag goden omhoogkomen uit de aarde,’ en de voorspelling van de dood van Saul en dat Israël in de handen van de Filistijnen zou vallen, bleken juist te zijn. Blavatsky noemde haar ‘Sedecla, de obeah-vrouw van Endor’ (IU 1:494). Sedecla kan een transliteratie zijn van een oude Hebreeuwse naam Tsedeqlah [van tsedeq rechtvaardig, eerlijk, exact, accuraat] — een mogelijke verwijzing naar haar kundigheid in dodenbezwering. Zij was een van die typische zieners die heel bekend waren in oude verhalen, waarvan de praktijken bijna overal werden veroordeeld.

Passages in heilige geschriften, zoals die in 1 Samuel, hebben veel Europeanen misleid en laten geloven dat zulke methoden om in de toekomst te kijken juist zouden zijn geweest waardoor zij moeten hebben gedacht dat het moreel geaccepteerd zou zijn door de wijzen van de grijze oudheid. Hoe dan ook, we moeten dit hoofdstuk maar lezen om te zien dat de vrouw wist dat haar werk tegen de heersende wet van toen inging en dat de omgang met de doden op deze manier tot de doodstraf zou leiden (vgl. 28:9).

In de oudheid zocht men vrij vaak toegang tot de doden, maar dat werd toch beschouwd als iets dat onheilig is, of gewoonweg zondig. Het op die manier oproepen van de doden is in alle tijden de gewoonste zaak van de wereld geweest voor dodenbezweerders, magiërs en sjacheraars als een lagere vorm van magie. En toch is het waar dat oude legenden en verhalen een aantal gevallen noemen waarin mensen van aanzien in momenten van wanhoop hun toevlucht tot zulke methoden nemen om kennis van op handen zijnde gebeurtenissen te krijgen: bijvoorbeeld de gebeurtenis die door Homerus wordt verteld wanneer de schaduw wordt opgeroepen van de ziener Tiresias door Odysseus (Odyssee boek 11) en de necromantische praktijken van Sextus, de zoon van Pompeius, door tussenkomst van de ‘heks’ Erichtho op de vlakten van Thessalië, zoals beschreven door Lucanus (Pharsalia Bk 6, vv. 570-820).

*OV: Als we een beetje spelen met taal en onszelf wat vrijheid gunnen kunnen we ’Eyn-dor lezen als ’Eyn-d’or, of via Arabisch of Hebreeuws ‘ayn** wat dan bron, oog of zonneschijf van goud zou kunnen betekenen, oftewel een zuivere bron of een helder oog.
** Wout Jac. van Bekkum, The Emergence of Semantics in Four Linguistic Traditions: Hebrew, Sanskrit, Greek, Arabic, blz. 20.

Heksensabbat

[van Angelsaksisch wicca van wit-ga ziener, profeet; later: tovenaar, heks]

Een bijeenkomst van heksen voor het houden van orgiën waarbij onder andere rond een geit werd gedanst, wat ongetwijfeld een overblijfsel is van de oude verering van Pan. Elk volk geloofde dat heksen in directe verbinding stonden met de duivel, ...

en sommigen geloven er nog steeds in. Zo zou het belangrijkste hoofdkwartier en de plaats van samenkomst van alle heksen in Rusland de Kale Bergen (Lyssaya Gora) zijn, in de omgeving van Kiev en in Duitsland de Brocken, in de Harz. In oud-Boston, in de Verenigde Staten, ontmoetten zij elkaar in een groot woud dat nu is verdwenen, in de buurt van ‘Devil’s Pond’ (Duivelsmeer). In Salem werden zij ter dood gebracht en eigenlijk alleen omdat de ouderlingen van de kerk dat wilden, en in Zuid-Carolina werd zelfs in 1865 nog een heks verbrand. In Duitsland en Engeland werden er duizenden door de kerk en de staat vermoord, nadat ze waren gedwongen te liegen en na te zijn gemarteld hadden toegegeven te hebben deelgenomen aan een ‘heksensabbat’. (TG 371)

In de middeleeuwen had de heksensabbat ook een mystieke en volkse betekenis als de Hebreeuwse sabbat, wat stond voor een ontmoeting rond middernacht. Sabbat betekent rust, inactiviteit en is daarom ook op kosmische schaal van toepassing op een pralaya.

Hel

(IJslands) [van helju hel, dood]

Zij is bij de Noren de mythologische bestuurder van het rijk van de dood, beschreven als half zwart of blauw en half vleeskleurig. Normaal gesproken is de mythologische afgevaardigde van de doden een kind van ons denken: in de Edda is zij de dochter van Loki (vuur van het denken) en van de reuzin Angerboda (brenger van verdriet). Zij heerst over de negen werelden van de dood die overeenkomen met de negen werelden van leven en geeft elke nieuw aangekomen ziel een verblijfplaats die past bij diens verdiensten of tekortkomingen. Sommigen kunnen ronddartelen in zonnige weiden terwijl anderen lijden met grote pijn onderaan de lage poorten die leiden naar Niflhel [van nifl nevel + hel dood] waar de materie wordt vermalen tot er niets meer van over is. Het rijk van Hel lijkt met zijn wisselende verblijfplaatsen meer op de Griekse Hades dan de hel van het volksgeloof waar zondige zielen als straf naartoe worden gestuurd. Nee, het koninkrijk van de dood is een rustplaats waar zielen een passende tijd verblijven in een omgeving die ze verdienen. De Edda’s vertellen dat elfjes (menselijke zielen) onder de goden slapen wanneer zij genieten van de mede van een vorige levenscyclus (ervaring); de rustende zielen zijn dus aanwezig in goddelijke sferen al zijn ze zich niet bewust van hun omgeving.

In de Vagtamskvadet van de Edda’s wordt het verhaal verteld van de dood van de zonnegod en het vertrek van hem naar het huis van Hel waar een luxe appartement voor hem is ingericht en dat voor zijn komst de mede vers voor hem is gebrouwen.

Zie ook Hemel en hel

Helden

[van Grieks heros vrij man, heer, grote man]

De klassieke oudheid spreekt over helden en halfgoden, van gemengd goddelijke en menselijke afkomst, die in oude tijden heersten over de mens en hem onderwezen. De gemengde goddelijke en menselijke afstamming verwijst naar de grote mensen van het late derde en vroege vierde wortelras die als individuen de geestelijke kwaliteiten van hun goddelijke voorouders belichaamden, maar ook de menselijke eigenschappen hadden die in die dagen steeds overheersender werden en met het verstrijken van de tijd hun goddelijker delen zouden overschaduwen.

Zulke overleveringen worden overal gevonden, van Chaldea tot Peru en Mexico en altijd zijn ze consistent hetzelfde verhaal. Ze vertellen opnieuw over de evolutie van de mens door lange tijdperken die aan het huidige kaliyuga voorafgingen en leerden ons dat, toen de mens verder afdaalde langs de dalende boog, mensen achtereenvolgens werden bestuurd door goden, halfgoden, helden en uiteindelijk sterfelijke ingewijden-koningen, die later het veld moesten ruimen voor gewone menselijke heersers. Onder de werkelijk halfgoddelijke helden die tot het vroegste tijdperk van ons huidige wortelras worden gerekend komen we namen tegen als Orpheus, Hermes, Cadmus en Asclepias, die allemaal ware esoterische kennis bekend maakten, waarvan de wetenschappen tot ons zijn gekomen naast de diverse kunsten.

Helderhorendheid

Manieren van horen die in ons huidige evolutiestadium abnormaal zijn, of het nu om psychologische of spirituele soorten van helderhorendheid gaat. Psychische helderhorendheid is een weerkaatsing of vervorming van geestelijke helderhorendheid, wat ons zonnestelsel als zijn gebied heeft of zelfs nog daar voorbij gaat. Dit stelt ons in staat om alle bewegingen van de natuur als geluiden waar te nemen, van de omlopen van de planeten tot aan de trillingen van atomen.

Helderziendheid

In het algemeen slaat het op het gebruiken van het psychische vermogen om voorwerpen of gebeurtenissen op het astrale gebied waar te nemen.

Het is het zien van een onvolmaakte glimp van gebeurtenissen die gaan komen of van astrale verslagen van gebeurtenissen of zaken uit het verleden. Maar dit zintuig kent een beperkt bereik en is erg misleidend. Als het prematuur tot ontwikkeling komt in een ongetraind mens zal dat snel tot (zelf)bedrog leiden, als het al enig voordeel zal geven. Ware helderziendheid is het openen van de geestelijke visie, wat in India het Oog van Śiva wordt genoemd en achter de Himalaya’s het Oog van Dangma.

Het is een zintuig dat de ziener in staat stelt de waarheid direct te zien of als zodanig te herkennen. Onder de zeven śakti’s (occulte vermogens) is die bekend als jnana-sakti, wat in zijn hogere aspecten het vermogen van kennis of weten is: echte helderziendheid, maar dat op de lagere gebieden bijna volmaakte psychologische helderziendheid betekent. Ware helderziendheid stelt de ziener in staat de werkelijkheid achter de sluiers te zien, de juiste handelingen te weten en te zien wat er gebeurt in werelden die op een afstand liggen of verschillen van ons gebied.

Helderziendheid in retrospectief verklaart het verleden door de onuitwisbare verslagen in het ākāśa.

NWZOAsgardAlfheimMid-gardNiflheim Vana-heimSvart-alfheimHelheimMuspel-heimJotun-heim

Helheim

(IJslands, Zweeds) Ook Helhem. Het huis van Hel.

In de Noorse Edda’s is het het domein van Hel, heerser over het rijk van de dood. Hel of Hela, dochter van Loki, bestuurt de landen waar de zielen hun tijd doorbrengen die ligt tussen de levens in, in de ‘werelden van overwinning’.

De rijken van de dood variëren van prachtige vredige velden van genot tot kooien die zijn geweven van giftige slangen waarin de bewoners hels lijden ondergaan. De laagste van deze hellen bevatten rivieren van gif waar de geloftebrekers en overspeligen doorheen moeten waden.

Heliocentrische theorie

De heliocentrische theorie was in de oudheid algemeen bekend en maakte deel uit van de leringen van de Mysteriën. Enkele vooraanstaande wijzen uit de oudheid onderwezen deze theorie zelfs min of meer openlijk, zoals Confucius in China, een aantal Griekse filosofen, Egyptische priesters en hindoe-astronomen en anderen. Pythagoras versluierde de heliocentrische theorie en onderwees dat de planeten (en de zon) rond een mysterieus centraal vuur zouden bewegen, een vuur dat voor ons onzichtbaar is, maar waarvan het licht door de zon wordt weerspiegeld op aarde.

Op hetzelfde moment nam vrijwel de gehele antieke wereld het geocentrische standpunt over om met het publiek te delen. Geheimhouding kan een motief zijn geweest, of zij kunnen hebben gewenst of gehoopt dat een geocentrisch mechanisme gemakkelijker in gebruik zou zijn geweest aangezien zij en hun lezers op aarde leefden en niet op de zon. Dezelfde geheimhouding is tegenwoordig niet meer noodzakelijk omdat we niet langer in harmonie met de natuur leven en de universele overeenkomsten herkennen: ons kan met een gerust hart de sleutel worden toevertrouwd want we kunnen het slot toch niet meer vinden.

Helios

(Grieks) Ook Helion en Helius, de zonnegod.

Zoon van Hyperion en Theia, broer van Selene (de maan) en Eōs (de ochtendschemering). Hij rijdt met de strijdwagen van de zon langs de hemel. Hij is in het algemeen gelijk aan Apollo of Phoebos, sol in Latijn en zon in het Nederlands, etymologisch geassimileerd met het Hebreeuws ’El en ’elohim, de Chaldeeuwse Bel en de Fenicische Ba‘al. Helios vormt een paar met Selene, de maan, zoals Sol met Luna.

Helse goden

[Van Latijn inferi of inferni bewoners van de lagere wereld]

Kosmische machten die behoren tot de lagere gemanifesteerde gebieden. De klassieke mythologie toont een aarde en zijn wezens die tussen hemelse en helse regionen onder de dubbele invloed van de hogere en de lagere goden leven. Soms worden zij chthonische goden genoemd, goden van de aarde of de onderwereld, wat de tweevoudigheid van hemel en aarde impliceert, of een boven en beneden. Zij zijn normaal gesproken het dubbel van de hogere goden, vaak dragen zij dezelfde naam maar onderscheiden zich door een bijnaam, zoals Jupiter Chthonius of Osiris-Typhon. Het zien van goed en kwaad heeft een sinister aspect aan deze goden gegeven vooral als ze worden verbonden aan dood, vernietiging en lijden, hoewel zij niet anders dan noodzakelijke kosmische krachten zijn. Vooral de christelijke theologie heeft hen ten onrechte in duivels veranderd.

Hemadri

(Sanskriet) Hemādri [van heman gouden + adri berg.]

De gouden berg. Een naam van berg Meru.

Hemel & Hel

In de christelijke theologie zijn het de verblijfplaatsen van de godheid en de hemelse hiërarchie aan de ene kant en van Satan en zijn gevallen engelen aan de andere. Het zouden de bestemmingen moeten zijn van hen die worden gered en van hen die zijn verdoemd. De oorsprong van de lering kan worden gevonden in de oude mysteriën en beschrijft de menselijke ervaringen na het overlijden en de daarmee overeenkomende ervaringen die de kandidaat voor inwijding door moet maken. Hel kan worden vergeleken met kamaloka maar ook met avichi, hoewel geen van beiden eeuwig duurt. Kamaloka wordt echter beter weergegeven door het vagevuur. De hemel is een weerspiegeling van devachan, vermengd met ideeën over nirvanische toestanden. Hemel en hel vinden we ook in niet-christelijke equivalenten terug: het elysium, het nirvāṇa, het paradijs, Walhalla, de Olympus en de vele andere namen voor de hemel. Tartarus, Gehenna, She’ol, Niflheim, enz., voor de hel.

Hemel en hel kunnen wijzen op bewust­zijns­toe­standen die tijdens het dagelijks leven op aarde worden ervaren. Een ruwe verdeling van kosmische sferen plaatst de hemel op de hoogste en de hel of Tartarus op de laagste plaats, met de aarde onder de hemel en de onderwereld eronder die voorafgaat aan de Tartarus. De kristallijne sferen van de middeleeuwse astronomie worden hemelen genoemd die de aarde in concentrische sferen omgeven. Verre van veroordeeld te worden door een of andere God tot vreugde of marteling gaat ieder mens naar dat gebied waartoe hij zich aangetrokken voelt door de voorliefdes die hij tijdens zijn leven heeft ontwikkeld. Dus leert de theosofie het bestaan van bijna eindeloze en zeer wisselende sferen of gebieden, allemaal bewoond door omzwervende entiteiten. En van deze gebieden kunnen de hogere de hemelen worden genoemd en de lagere de hellen en de tussenliggende kunnen de gebieden van ervaring en zuivering worden genoemd. Alle sferen die voldoende gematerialiseerde stof bezitten om belichaamde sferen genoemd te worden zijn hellen vergeleken met de etherische en geestelijke bollen van de hemelen. Daarom zijn het in één betekenis en op een kleinere schaal de lagere bollen van een planeetketen die hellen genoemd kunnen worden en de hogere bollen van onze keten, als tegenstelling daarmee, hemelen.

Alle ontwikkelende entiteiten gaan zowel naar de hemelen als de hellen van ons zonnestelsel in overeenstemming met wat noodzakelijk is voor hun evolutie, en voor zuivering door lijden na de ervaring in de stof. Maar in alle gevallen worden zulke omzwervende ego’s op verschillende tijden voor hun evolutionaire scholing aangetrokken tot die sferen waar ze een affiniteit voor voelen of ze komen daar door een psychomagnetische aantrekkingskracht. De grote rechtvaardigheid van dit idee, waarin de hemelen en hellen van de verschillende godsdiensten hun oorsprong vinden, wordt zo snel duidelijk.

Zie ook Loka

Hemelse lichaam

Overgenomen van Coleridge die moet hebben aangevoeld dat in het hemelse lichaam de herinneringen aan alle eerdere ervaringen van de ziel moeten zijn opgeslagen.

Deze frase zou slaan op het gedachtevoertuig van de monade in devachan, waarmee het manasische ego werkt (Key 137). Het bereik van het opgeslagen geheugen van ervaringen wisselt overeenkomstig de graad van volmaaktheid van de verschillende bekleedselen. De oude mystiek onderwees dat het zelf verschillende bekleedselen heeft, waarvan elk een lichaam of omhulsel genoemd kan worden waardoorheen de monade handelt en waardoor het in contact komt met bepaalde werelden waarin het actief kan zijn.

En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen. (1 Kor 15:40)

De onderverdeling van de mens in de Vedānta door middel van kośa’s (omhulsels van atman) noemt bijvoorbeeld het annamayakosa als het fysieke lichaam, pranamayakosa het vitaal-astrale lichaam, manomayakosa het psychologische of lager manasische lichaam, vijnanamayakosa het hogere manasische lichaam en anandamayakosa het buddhische lichaam.

In de taraka raja-yoga kent men de volgende upadhi’s of voertuigen van atman: sthulopadhi grofstoffelijk voertuig, sukshmopadhi fijnstoffelijk voertuig en karanopadhi oorzakelijk [karmisch] voertuig of zelf.

Verschillende scholen kennen verschillende opsommingen. Hoewel de waarheid altijd een en dezelfde is en een bepaalde uitdrukking daarvoor dan algemeen geaccepteerd is, mogen we hooguit aanpassingen hieromtrent verwachten en geen exacte omschrijvingen. Een theosofische onderverdeling ziet er als volgt uit 1) de goddelijke monade; 2) zijn eerste voertuig, de geestelijke ziel; dan 3) de menselijke ziel; 4) de astraal-vitale ziel; en 5) het fysieke lichaam.

Zie ook Beginselen

Hemelse orde van wezens

Hiërarchieën of scheppende machten van diverse orden.

In De geheime leer (1:213-221) worden zeven groepen van hemelse wezens of scheppende vermogens beschreven:

1) goddelijke Vlammen, Vurige Leeuwen, of Leeuwen van het Leven (gesymboliseerd door het teken Leeuw), het kernlichaam van de hoogste goddelijke wereld; vormloze vurige Ademingen, die in één opzicht gelijk zijn aan de hoogste triade van de sefiroth, die door de kabbalisten wordt geplaatst in de ‘wereld van de archetypen’;

2) die van vuur en aether, wat correspondeert met atma-buddhi, vormloos maar iets minder geestelijk en meer etherisch;

3) zij die overeenkomen met atma-buddhi-manas, de triaden;

4) etherische entiteiten, de hoogste rupa groep, de kinderkamer van menselijke bewuste geestelijke zielen, onvergankelijke jiva’s;

5) verbonden met het microkosmische pentagon, de vijfpuntige ster, de krokodil en Steenbok bevat die de tweevoudige eigenschappen van zowel geestelijke als fysieke aspecten van het heelal en de tweevoudige menselijke natuur;

6) en 7) nemen deel aan de lagere kwaliteiten van het viertal, bewuste etherische entiteiten, onzichtbaar, laten de talloze orden van natuurgeesten en geesten van atomen onstaan.

Zie ook Hiërarchieën; Hiërarchie van mededogen

Hemelvaart

In de christelijke leer staat Hemelvaart voor de lichamelijke opstijging van het wederopgestane lichaam van Jezus Christus om zich in de hemel te voegen bij zijn Vader, wat 40 dagen na Pasen wordt gevierd. De profeet Elia en de Maagd Maria worden ook bevestigd door het dogma van de rooms-katholieke kerk dat zij lichamelijk naar de hemel zijn gegaan. De opstijging is een allegorie van de wedergeboorte, wederopstanding en eenwording van de persoonlijkheid of ego met de innerlijke God of Vader in de hemel (BCW 5:389).

Hemera

(Grieks) Dag.

In de oudere Griekse mythologie komen uit Chaos Erebus en Nox tevoorschijn (kosmische duisternis en kosmische nacht) en uit deze twee komen door de activiteit van Eros, Aether en Hemera (licht en dag) tevoorschijn — duisternis brengt licht voort. Aether is het licht van de hemelse of hoogste sferen, terwijl Hemera het licht van de lagere en aardse regionen is.

Hephaistos

(Grieks) Ook Hephaestus

Een god van het vuur, kind van Zeus en Hera, in het Latijn gelijk aan Vulcanus. Hij is tweemaal van de Olympus naar beneden geworpen waar hij echter telkens weer naar terugkeert. Hij is dus een boodschapper van de goden naar de aarde en verschijnt op verschillende gebieden als een manifestatie van kosmisch vuur. Hij is een kabir, een kosmische leraar van mensen die hij had opgeleid voor het gebruik van vuur en metaalbewerking. Jupiter, of Brahmā met de vier gezichten of vier zijden, heeft een aandeel in alle vier de elementen en was het er niet mee eens dat deze vurige functie aan Hephaistos was geschonken. Het vulkanische eiland Lemnos waarop Hephaistos zou zijn gevallen toen hij van de Olympus werd gegooid, was aan hem gewijd.

Hephaistos heeft zowel een kosmische als een aardse betekenis en omdat hij in wezen een vuurgod is, kan het niet anders dan dat zijn aard en werkingen te maken hebben met alle mystieke zaken waarbij aan vuur kan worden gedacht: het vuur van de geest, het vurige intellect, het vuur van scheppende activiteit, enz. Hij kan zo ook worden gezien als het vurige of aspirerende element in de mens als dat is afgeleid van het hogere manas, wat Hephaistos verbindt met de activiteiten van de manasaputra’s.

Als smid van de goden is hij verwant aan de kabiri, de leraren van de mens in de kunst van het metaalbewerken. Hij maakte bliksemschichten voor Zeus, beschermende pantsers, sieraden en andere dingen voor de goden en zou de maker zijn geweest van de eerste vrouw, Pandora, die naar Epimetheus was gestuurd.

Heptakis

(Grieks) Heptaktys, zevenmaal

Gelijk aan de Chaldeeuwse Iao met zeven stralen zoals afgebeeld op gnostische sieraden.

Zie ook Zevensnarig instrument

Heqet

(Egyptisch) Ook HeqtitḤeqet of Ḥeqtit

Een godin, afgebeeld met het hoofd van een kikker, in het algemeen beschouwd als Hathor maar in Hermopolis ook als Isis, de twee godinnen die de abstracte en concrete aspecten van dezelfde kosmische kracht voorstellen. Oorspronkelijk was zij de vrouwelijke tegenhanger van de god Khnemu, door wie zij de moeder werd van Aroeris (Heru-ur of Horus de Oudere). Zij speelt ook een rol bij wederopstanding.

Zie ook Kikker

Hera

(Grieks) Olympische godin, zuster en partner van Zeus.

Hera is ook de tegenhanger van de Romeinse Juno. Volgens de gedichten van Homerus ontving zij van de andere goden dezelfde eerbewijzen als Zeus zelf, die haar om raad vroeg en ook geheime zaken met haar deelde die andere goden niet mochten weten. Zij wordt afgebeeld als de koningin van de Hemel, maar alleen in een latere periode. Net als Zeus had zij de macht om de gave van het voorspellen te schenken. Zij was de moeder van Ares, Hephaistos en Hebe, en bovendien godin van het huwelijk en geboorte, beschermheilige van vrouwen van geboorte tot dood, en van huishoudelijke taken. Heiligdommen voor de aanbidding van Hera waren in veel delen van Griekenland aanwezig, het belangrijkste centrum daarvoor was Argos.

Hera komt overeen met het gepersonifieerde prakriti van de hindoes, zoals Zeus in zoveel zaken de Griekse tegenhanger van Brahmā is. Dit verklaart waarom de hoge en lage functies van Hera te maken hebben met het voortbrengen en produceren, in het algemeen is zij dus de vruchtbare producente van alle dingen gedurende het gehele drama van een manvantara.

Heracles

(Grieks) Herakles, ook (Latijn) HerculesHercules [waarschijnlijk van heros vrij man, vgl. Latijn herus heer van een huishouding, of ‘beroemd door Hera’]

Zoon van Zeus en Alcmene, grootste van de Griekse helden. Hij verlost Prometheus van Zeus en doodt de twee slangen die de maanknopen voorstellen. De loop van de zon door de tekens van de dierenriem stellen de twaalf werken van Heracles voor, in dit geval wijst het op de krachten van de kosmische Logos die op diverse gebieden werkzaam is. Het wijst ook in een microkosmische sfeer op de beproevingen waardoor een initiant moet gaan voordat hij het adeptschap bereikt. In een van zijn hoogste aspecten is hij een zonne-entiteit, zelfgeboren en mogelijk gelijk aan Thor van Scandinavië (SD 1:131-2). Hij is de eerst verkregene, in sommige opzichten gelijk aan Bel van het Midden-Oosten en aan Śiva in India (SD 2:492). Hij is een van de lagere logoi die ernaar streven de mens van de hogere zintuigen te voorzien. Ten overvloede, hij verschijnt als een zonnegod die afdaalt in Hades (inwijdingsgrot) om de wezens te verlossen van hun ketens en is dus gelijk aan Mahasura en Lucifer.

De naam Heracles werd vaak gegeven aan helden en halfgoden die zijn bijzondere eigenschappen in zich hadden.

Heraclitus

Herakleitos (535-475 v. Chr.)

Grieks filosoof van Efeze die vooral bekend staat als ‘moeilijk te doorgronden’ vanwege zijn complexe stijl van schrijven. Hij stelde dat kennis is gebaseerd op waarneming met de zintuigen en dat wijsheid bestaat uit het herkennen van de intelligentie die het heelal leidt. Alles stroomt voortdurend, onophoudelijk, en alles is oplosbaar in het oorspronkelijke element vuur nadat het door alle elementen is rondgegaan. De natuur deelt en verenigt zichzelf voortdurend zodat alle dingen op een en hetzelfde moment gelijk en niet gelijk aan elkaar zijn.

Heranasikha

(Singalees) [van herana novice, nieuweling + sikha regel, leringen]

Handleiding met voorschriften. Een werk geschreven in Elu of het oude Singalees voor jonge priesters.

Hermafrodiet

[Van Grieks Hermes + Aphroditē]

Het uiterlijk en de typische aard van zowel de god Hermes als de godin Aphroditē verenigd in één individu. Maar androgyne kan ook slaan op de dubbelgeslachtelijke mens. Aldus belichaamt de hermafrodiet de universele polariteit op de lagere gebieden, waarvan de polariteit een emanatie is van de niet-duale of niet-bipolaire mentale en geestelijke rijken. In abstracte zin is dit de personificatie van de algemeen heersende polariteit in de natuur waarin de zogenoemde mannelijke en vrouwelijke beginselen de tegengestelde maar ook coördinerende middelaars zijn, vaak positief en negatief genoemd voor wat betreft hun scheppende en voortbrengende aspecten.

De Ouden leerden, om zo te zeggen, de zelf-voortbrenging van de goden: de ene goddelijke essentie, niet gemanifesteerd, die eeuwig een tweede zelf, gemanifesteerd, voortbrengt; dit tweede zelf, dat androgyn van aard is, laat op onbevlekte manier al het macro- en microkosmische in dit heelal geboren worden. (SD 1:398)

Er is een filosofische noodzaak om een scherp onderscheid te maken tussen wat Blavatsky de eerste schepping en de tweede schepping heeft genoemd, de eerste verwijst naar de ene goddelijke eenheid waarin alle zich later manifesterende hiërachieën in oorsprong zijn opgenomen als Een, terwijl de tweede schepping of het stadium van de kosmische evolutie in het vierde stadium of op het vierde kosmische gebied onder het eerstgenoemde begint, waar polariteit, dualiteit en de hieruit voortvloeiende emanerende werking van het heelal met zijn hiërarchische structuur begint. Dus door de emanerende kosmische evolutie schiet de Een van twee aspecten van parabrahman en mulaprakriti door in de kosmische androgyne en het fenomenale eindige gemanifesteerde heelal.

De ongeslachtelijke voortplantingsmethoden van de eerste wortelrassen hebben zich tot de hermafrodiet van het begin tot het midden van het derde wortelras ontwikkeld. De huidige vorm van de geslachten zullen in de toekomst verdwijnen als na vele lange eeuwen van ervaring als man en vrouw de ingeboren mannelijke en vrouwelijke aspecten van het menselijke ego volledig tot uiting zijn gebracht. De mens zal in de loop van miljoenen jaren weer dubbelgeslachtelijk zijn en uiteindelijk geslachtloos worden.

Hermanubis

(Grieks) Heru-em-Anpu (Egyptisch) Ḥeru-em-Ȧnpu [Anubis verbonden met Horus]

Het aspect van Anubis (Anpu) dat overeenkomt met de wijsheid van de onderwereld vooral met betrekking tot zijn mysteriën, vandaar dat er erg weinig bekend is over deze fase behalve dan wat er is gezegd door Plutarchus en Apuleius. In dit aspect was Anubis ...

‘de onthuller van de mysteriën van de lagere wereld’ — niet van de Hel of Hades zoals het wordt vertaald, maar van onze aarde (de laagste wereld van de zevenvoudige keten van werelden) — en ook van de mysteriën rond de geslachten ... Waar het om gaat is dat Adam en Eva, esoterisch gezien, het vroege derde wortelras voorstellen — zij die nog zonder verstand de dieren imiteerden en zichzelf samen met de laatstgenoemden omlaag werkten — en het dubbele symbool van de geslachten voorstelt. Vandaar dat Anubis, de Egyptische god van voortplanting, wordt afgebeeld met de kop van een dier, een hond of jakhals, en er wordt ook gezegd dat hij de ‘Heer van de onderwereld is’ ofwel de ‘Hades’ waarheen hij de zielen van de overledenen leidt (de reïncarnerende entiteiten) want de Hades is in één opzicht de moederschoot, zoals enkele Kerkvaders overduidelijk laten zien. (TG 139-40)

Hermas

De pastoor van Hermas of De herder van Hermas is een vroeg-christelijk boek, toegeschreven aan Hermas omdat zijn naam er verschillende keren in voorkomt, hoewel er sterk aan wordt getwijfeld of hij zelf wel de schrijver is. Het boek was goed bekend in het Oosten en werd beschouwd als een geïnspireerd werk en had hetzelfde respectabele aanzien als het canonieke Nieuwe Testament. In de tweede eeuw was het zelfs heel populair. Irenaeus, Clemens van Alexandrië en Origenes citeren het als een geschrift, en laatstgenoemde ziet Hermas als de schrijver zoals hij in Romeinen (16:14) wordt genoemd. Hoewel het onmogelijk is er een exacte datum aan vast te knopen, werd er volop gegist in de richting van de jaren van Hadrianus en Antonius Pius (117-161 n.Chr.). Het staat vol legenden en allegorieën en geeft op suggestieve wijze het evangelie van liefde weer, maar de naam Jezus Christus komt er niet in voor. Sommigen dachten dat het een joodse oorsprong had en passages van de Zohar zou bevatten. Er bestaan verschillende vertalingen van maar er zijn alleen fragmenten van het oorspronkelijke Griekse manuscript beschikbaar.

Dit boek is in het Engels online beschikbaar bij Archive.org. Klik hier om het te openen.

Hermes

(Grieks) Griekse god, zoon van Zeus en Maia, de derde persoon van de triade Vader-Moeder-Zoon en zodoende de vormende Logos of het Woord.

Hermes is gelijk aan de hindoeïstische Budha, de zoroastrische Mithra, de Babylonische Nebo — zoon van Zarpa-Nitu (de maan) en Merodach (de zon) — en de Egyptische Thoth met de ibis als embleem, maar ook met Enoch en de Romeinse Mercurius, zoon van Coelus en Lux (hemel en licht). Onder zijn emblemen bevinden zich het kruis, de kubusvorm, de slang en vooral zijn staf, de caduceus, wat een combinatie is van de slang en het kruis. Het is een algemene naam voor veel adepten. Aan Hermes werden vele functies toegeschreven zoals die van inspirerende welsprekendheid en genezing. En hij is de beschermheer van intellectuele, artistieke en landbouwkundige ondernemingen. De aard en werkingen van deze god komen tot uitdrukking in ons denken als licht, wijsheid, begripsvermogen en het snelle denken — vooral in een intellectuele betekenis. Hij was boodschapper van de goden en bovendien de begeleider of gids van zielen naar de onderwereld. In zijn lagere aspecten wordt hij vaak voorgesteld als degene die de kwade genius is of als degene die inspireert tot grof misbruik van het intellect zoals bij een slimme diefstal — wat laat zien dat zelfs de edelste kwaliteiten hun duistere kant hebben.

Hermes Trismegistus

De driewerf grote Hermes. De naam van Hermes of Thoth de god in zijn menselijke aspect als een hoge ingewijde. Een mythologische naam voor adepten die verschillende schrijvers over zogenaamde hermetische onderwerpen hebben aangenomen, waarmee de eerste christelijke kerkvaders en de gnostici laten zien dat zij er bekend mee waren.

Zie ook Pymander

Hermesvuur

Of Sint-Elmusvuur, elmsvuur. De borstelvormige ontlading van elektriciteit die bij bepaalde weersomstandigheden aan scheepsmasten kan worden gezien.

Hermetisch axioma

‘Zoals het boven is, zo is het beneden; zoals het beneden is, zo is het boven.’

Zie ook Tafel van Smaragd

Hermetische Keten

Ook de Grote Keten van het Zijn

Griekse uitdrukking die zelfs in Homerus kan worden aangetroffen en die wijst op de keten van wezens, van goden, omlaag langs lagere goden, helden en wijzen tot aan de gewone mensen. Elke schakel in dit geheel van hiërarchieën, waarvan elke schakel zelf ook weer een hiërarchie is, geeft zijn wijsheid en kracht door naar de eerstvolgende hiërarchie eronder. En zo werd oorspronkelijk kennis doorgegeven aan de eerste mensheid.

Zie ook Guruparampara

Hermod

(IJslands) [van her massa, leger + mod macht, moed]

Een zoon van Odin die in de Noorse mythologie gelijk is aan Hermes of Mercurius, boodschapper van de goden. Het best bekend om zijn gedenkwaardige reis naar het rijk van Hel op verzoek van de goden. Het was zijn missie om de koningin van de dood te bewegen de zonnegod Balder vrij te laten, die stierf door het optreden van zijn blinde broer Höder, die daartoe weer was aangezet door Loki (in enkele versies van het verhaal onderneemt Odin zelf die missie).

Hersenen

De anatomie van de hersenen is erg complex en het orgaan kan slechts worden besproken voor wat betreft twee verschillende belangrijke aspecten: 1) functies die te maken hebben met het bewustzijn, gedachten en geheugen; en 2) zaken die te maken hebben met het gevolg van prikkelingen door zenuwstromen naar de verschillende organen, spieren enz. Wat betreft het bewustzijn verklaart Blavatsky dat ...

het occultisme ons leert dat ieder atoom, zoals de monade van Leibniz, een klein heelal op zichzelf is en dat ieder orgaan en iedere cel in het menselijke lichaam een brein van zichzelf heeft, met geheugen en daarom met ervaring en onderscheidende vermogens. (Studies in Occultism 100; BCW 12:134)

Pirogoff, Liebig en anderen worden geciteerd om het standpunt te ondersteunen dat het geheugen in verbinding staat met de organen van het lichaam en niet alleen maar met de hersenen. Het cerebrale orgaan is het registrerende orgaan van het geheugen, niet het geheugen zelf. De herinneringen van aardse ervaringen — die behoren tot het lagere denken — vinden hun oorsprong in de organen van het lichaam waarin zij thuishoren en worden doorgegeven aan het weefsel van de hersenen, waar ze worden vastgelegd in het kama-manasische bewustzijn. Maar de fijnere deeltjes van de hersenen kunnen zo niet worden bereikt, want de hersenen zijn in dit opzicht het orgaan van een hoger noëtisch denken. Het hogere denken werkt niet rechtstreeks met de organen van een lichaam, maar heeft altijd de bemiddeling van het lagere denken daarvoor nodig. Daardoor komt het dat het persoonlijke ego ...

soms een glimp opvangt van dat wat voorbij de zintuigen van de mens ligt en dat doorgeeft aan bepaalde hersencellen (waarvan de functies onbekend zijn voor de wetenschap) wat de mens tot een ziener, een waarzegger en een profeet maakt ... (Studies in Occultism 89; BCW 12:367)

Het brein en het hart zijn bijzondere organen waardoor het hogere denken, dat als het ware door het persoonlijke denken heenwerkt, de fijnere deeltjes van het lichaam kan stimuleren om een voorstelling te maken van geestelijke ideeën.

Meer in het bijzonder kan het brein worden beschreven als het orgaan van de lagere manasische activiteiten waardoor vanuit de innerlijke constitutie een manasische fluïde stroomt; terwijl het hart het orgaan is — tegenwoordig slechts in beperkte mate ontwikkeld voor zijn hoge doeleinden — voor de buddhische of buddhi-manasische delen van de onzichtbare menselijke constitutie. Dus als het brein is getraind om de instroom van de hogere delen van de fluïde, waarin het hart baadt te ontvangen, zal het individu op die korte momenten in de hoogste delen van zijn constitutie leven en tijdelijk een halfgod op aarde zijn.

Zie ook hieronderHersenverstand

Hersenverstand

Gebruikt door theosofen voor het astrale denken van de persoonlijke ego, de fletse en te vaak misvormde weerspiegeling van het begrijpende reïncarnerende ego. In feite is het de vertegenwoordiging in de stoffelijke wereld van kama-manas, het denken dat met de omstandigheden van de stof te maken heeft. Het lagere denken of de psycho-nerveuze uitstralingen van de hersenen stimuleren via de zenuwbanen de kamische centra als de lever, de maag en milt, hoewel de centrale zenuwbanen van dit zenuwstelsel zich onderaan de schedel bevinden.

De hersenen zijn echter samen met het hart organen voor geestelijke en intellectuele vermogens die veel hoger staan dan die nu slechts door het hersenverstand van de menselijke persoonlijkheid werken. Dus staan de hogere vormen van het denken, het supergevoelige en superbewuste in wisselwerking met de cerebrale en cardiale centra.

Het lichaam in het algemeen, en de hersenen in het bijzonder, zijn compacte weefsels die uit zeer fijne en bepaalde grove elementen zijn opgebouwd, en de fijnere elementen beantwoorden alleen aan de adem van goddelijke wijsheid die zich buiten het bereik van de door hartstochten zwaar gemaakte uitstromingen van het lagere denken bevindt en die de taak heeft in te werken op de grovere elementen van het zenuwstelsel en die te stimuleren. De hersenen vormen daarom een soort spiegel van gedachtestromen en ‘getijden’ van emoties die ontstaan in de kamische centra van het innerlijke zelf die worden getransporteerd door de zenuwbanen in de schedel naar de weerspiegelende kamische centra in de romp van het lichaam. Dus in werkelijkheid maken we nauwelijks gebruik van de hersenen zelf, of in ieder geval alleen van zijn laagste aspecten of werkingen, en het is alleen op bijzondere momenten dat de hersenweefsels worden overgoten met de glorie die direct uit de hogere natuur uitstraalt en in ons actief is door middel van de pijnappelklier en de hypofyse in de schedel en door het geheime centrum in het hart.

Hesed

Klik hier voor grote weergave(Hebreeuws) Ook ChesedḤesed [van ḥāsad vurig verlangen, het voelen van grote sympathie en liefde]

Liefde, vriendelijkheid, genegenheid. De vierde sefira, genade, liefde of mededogen, ook Gedulah (grootsheid, verhevenheid) genoemd. Dit is de sefiroth die uitstraalt uit de drie voorafgaande sefiroth of de eerste triade. Hesed wordt gezien als een actieve mannelijke kracht, de tweede in de rechterzuil van de sefiroth­boom. Zijn goddelijke naam is ’El (de machtige). In de orde van engelen wordt hij voorgesteld als de Hashmaim (de fonkelende vlammen) als van gepoetst of gepolijst koper. Wanneer gebruikt voor het menselijk lichaam wordt Hesed vergeleken met de rechterarm, wat kracht geeft, terwijl wanneer die wordt gebruikt voor de zeven bollen van onze planeetketen die overeenkomt met bol G. Uit deze sefiroth emaneert de vijfde, Geburah.

Kosmogonie van Hesiodus

De kosmogonie en theogonie van Hesiodus, de Griekse dichter-filosoof van de 8ste eeuw n.Chr., zijn historisch maar vragen een verklaring om de gebruikte symbolen te kunnen begrijpen en om de verzameling onbetekenende mythen die ermee zijn vermengd, eruit te kunnen filteren. Zijn twee grote werken zijn Werken en Dagen en Theogonia. Onder de onderwerpen die hij noemt vinden we: dat goden en stervelingen dezelfde oorsprong hebben — dat er vier rassen aan de onze vooraf zijn gegaan, een gouden, zilveren, bronzen en ijzeren, en dat het vierde ras dat was waarvan de helden vielen bij Thebes en Troje — dat zeven een heilig getal is in dagen en in sterrenstelsels — en als laatste, dat het begin van alle dingen in Chaos ligt (Hesiodus kende een unieke terughoudendheid namelijk dat hij niets kon zeggen over wat aan de Chaos voorafging) en dat de ‘nacht’ voor de ‘dag’ kwam. De reuzen die hij noemt vinden een parallel in de asura’s en sura’s en herinneren aan de Atlantiërs.

Zijn drie cyclopen zouden de vertegenwoordigende figuren zijn geweest van de laatste drie onderrassen van Lemurië maar ook van de drie continenten aan de polen (SD 2:769, 776). Zijn Prometheus typeert het Griekse morele ideaal in de voorstelling van deze rebelse halfgod als de weldoener van de mensheid, in tegenstelling tot de christelijke Satan.

Hesperiden

De Griekse godin die met de honderdkoppige draak Ladon de gouden appels* bewaakte die Gaia (aarde) als een cadeau aan Hera had gegeven bij haar huwelijk met Zeus.

Deze appels groeiden aan een boom in een tuin aan de oevers van de Oceanus dichtbij de berg Atlas, wat voor de Ouden de top van het eiland Tenerife was, een restant van Atlantis. Een van de taken van Hercules was het stelen van enkele gouden appels. De Hesperiden zijn volgens verschillende deskundigen drie, vier of zeven in aantal. Hesiodus noemt hen de dochters van Nacht; zij werden ook wel Atlantides genoemd en een enkele keer ‘dochters van Atlantis en de Hesperiden’.

Hierin herkennen we de mythe van de boom van kennis waarvan de vruchten en de locatie in de tuin van het Leven liggen, die gevonden kunnen worden in die raadselachtige landen in het Westen waarvandaan de voorouders van de Grieken migreerden toen het nieuwe ras werd geboren uit de overlevende uitverkorenen van de oudheid. Het stelt het Gouden tijdperk voor, het Eden van de Griekse mythologie.

*OV: Wie van die appels at werd onsterfelijk.

Hesperos

(Grieks) Venus als avondster.

Broer van Eōsphoros of Phōsphoros (dezelfde als de Romeinse Lucifer), de ochtendster, kinderen van het ochtendgloren en de schemering. Bij Hesiodus zijn zij kinderen van Astraios en Eōs (sterrenhemel en ochtendschemering). Hesperos werd verheerlijkt in vroeg christelijke en heidense gezangen bij huwelijken en Blavatsky noemt Hesperos de vader van de Hesperiden. (SD 1:386; BCW 8:16-8)

Heterogeniteit & Homogeniteit

Heterogeniteit wordt in de theosofie gebruikt voor de immense hoeveelheid gedifferentieerde en gevarieerde emanaties van de kosmische geest, die zelf als homogeen wordt beschouwd of als de ongedifferentieerde bron en wortel van alles. Tijdens een manvantara wordt de ene en dezelfde niet-samengestelde geest gedifferentieerd in onbegrijpelijk grote hoeveelheden variëteiten van de gemanifesteerde natuur, terwijl tijdens pralaya differentiatie verdwijnt en alles terugkeert tot de niet-samengestelde homogene aard van de kosmische geest. Geen van deze woorden wordt gebruikt in een te absolute betekenis, elk verwijst naar kosmische hiërarchieën of heelallen, omgeven door de grenzeloze ruimtes van de oneindige ruimte.

Zie ook Differentiatie; Element; Laya-centrum; Oerstof; Eenheid

Hetu

(Sanskriet) Hetu

Oorzaak, motief, impuls. In het filosofische Nyaya-stelsel is het een logische reden of afleiding of argument, de verklaring voor een conclusie, vooral gebruikt voor het tweede lid of avayava van het syllogisme dat uit vijf leden bestaat. In het boeddhisme is het een eerste oorzaak in tegenstelling tot pratyaya (gelijktijdige of samenvallende oorzaken).