© Theosophical University Press / Fred Pruyn 2017
Theosofische Encyclopedische Woordenlijst

Sollen

(Duits) Moeten; plicht, morele verplichting.

Sollen wordt door Kant gebruikt in zijn theorie van het categorisch dwingende, waar hij een onderscheid maakt tussen wat ik moet en wat ik wens, en weigert plicht te definiëren als een vorm van gepastheid. Het gevoel van een verplichting, een van de edelste, morele of ethische instincten is niet een fenomeen van het innerlijke transcendentale zelf maar een expressie daarvan en verwaardigt het denkvermogen dat zich daarmee bezighoudt en het bevat.

Solstitium

[van Latijn sol zon + stit stilstaan]

De twee punten op de ecliptica waarop de zon het verst verwijderd is van de evenaar, noordelijk of zuidelijk. Het wordt zo genoemd omdat de zon stopt en terugkeert in zijn noordelijke of zuidelijke koers. Deze punten zijn in de eerste graad van Kreeft of Steenbok — de zomer en winterzonnestilstanden. Zuidelijk van de evenaar vindt de zomerzonnestilstand plaats als de zon zuidelijk van de evenaar is en aan het begin van Steenbok staat, en het wintersolstitium als de zon noordelijk van de evenaar is en aan het begin van Kreeft staat. Voor het noordelijk halfrond is er het zomersolstitium als de zon noordelijk van de evenaar is en aan het begin van Kreeft staat en het wintersolstitium wanneer de zon zuidelijk van de evenaar is en aan het begin van Steenbok staat. De punten van de solstitia volgen net als de punten van de dag- en nacht-evening een retrograde beweging en maken een cirkelbeweging rond de ecliptica in een precessionele cyclus van 25.920 jaar.

Solstitia en equinoxen markeren de vier hoeken van het esoterische jaar waarbij elke hoek behoort bij bepaalde psychospirituele gebeurtenissen in de inwijdingscyclus. Het wintersolstitium is verbonden met de geboorte van de innerlijke christus of boeddha­, het zomersolstitium met de grote verzaking van persoonlijke vooruitgang door hen die behoren tot de hiërarchie van mededogen.

Solus

(Latijn) Alleen, enig, enkel.

In De geheime leer (2:575) verwijst solus naar de Ene en het Enige goede en is verbonden met sol, de zon (sol wordt in het algemeen afgeleid van het Griekse helios).

De connectie suggereert dat de mystieke ideeën van geestelijke individualiteiten het heelal vullen, waarbij sol fungeert als het meest prominente voorbeeld van het zonnestelsel. Door de betekenis van solus een klein beetje uit te breiden is het maar een kleine stap om te denken aan een monade of een geestelijk individu, of het nu van kosmische omvang is of kleiner, omdat het indirect verwijst naar de klasse van monaden die de hiërarchie van licht of van mededogen vormt.

Soma

(Grieks) Lichaam.

Gelijk aan het Sanskrietwoord sthula-sarira van de zeven menselijke of kosmische beginselen.

Soma

(Sanskriet) Soma

In het hindoeïsme staat soma voor de astronomische maan, maar mystiek gezien is soma de heilige drank van de ingewijden ...

en is door de ingewijde brahmanen gemaakt van een zeldzame bergplant. (TG 304)

Als de maan is soma een occult mysterie, want de maan als een symbool is zowel goed als slecht en toch vaker een symbool van het boosaardige dan van het goede. Astrologisch gezien is soma de bestuurder van de onzichtbare of occulte maan terwijl Indu de zichtbare maan vertegenwoordigt.

Soma is de mysteriegod en heerst over de mystieke en occulte natuur in de mens en het Heelal. (SD 2:45n)

Soma of maanaanbidding was ooit zuiver occult en de bijbehorende riten waren gebaseerd op een gedetailleerde en diepzinnige kennis van de natuur.

Volgens de hindoe-overlevering was soma een heilig sap dat mystieke visies teweegbracht en openbaringen in trance, wat samen resulteerde in budha (esoterische wijsheid). Deze heilige drank werd door brahmanen en ingewijden bij hun mysteriën en offerrituelen gedronken.

De ‘soma’-plant is de asclepias acida, die een sap geeft waaruit die mystieke drank, de somadrank, wordt bereid. Alleen de afstammelingen van de rishi’s, de agnihōtri (de vuurpriesters) van de grote mysteriën, kenden alle krachten ervan. Maar de wezenlijke eigenschap van de ware soma was (en is) een nieuw mens van de ingewijde te maken, nadat hij is herboren, namelijk zodra hij in zijn astrale lichaam ... begint te leven; want wanneer zijn geestelijke natuur de fysieke heeft overwonnen, zou hij die al snel loslaten en zelfs die geëtheriseerde vorm afleggen.
 De gebruiker van soma blijft met zijn uiterlijke lichaam verbonden en toch staat hij er in zijn geestelijke vorm los van. Deze laatste zweeft, bevrijd van het eerstgenoemde, tijdelijk in de etherische hogere gebieden en wordt feitelijk ‘als een van de goden’; toch bewaart hij in zijn fysieke hersenen de herinnering aan wat hij ziet en leert. Soma is eenvoudig de vrucht van de Boom van Kennis die door de jaloerse Elohim aan Adam en Eva of Yah-ve werd verboden, ‘opdat de mens niet als een van ons zou worden’. (SD 2:498-9&n)

Een ‘soma-drinker’ verkrijgt het vermogen om zichzelf in rechtstreekse verbinding te stellen met de heldere kant van de maan en ontleent zo inspiratie aan de geconcentreerde intellectuele energie van de gezegende voorouders ...
 Wat (voor de onwetende) eruit ziet als één stroom is echter van een tweevoudige natuur — een die leven en wijsheid schenkt, de andere is dodelijk. Hij die de eerste van de laatste kan scheiden, zoals Kalahamsa de melk van het water scheidde dat erdoorheen gemengd was, en aldus van grote wijsheid blijk geeft — zal zijn beloning ontvangen. (BCW 12:203-4)

Deze heilige drank van de hindoes komt overeen met het Griekse ambrozijn of de nectar die door de goden van de Olympus werd gedronken. Een beker kykeōn werd ook geledigd door de mystēs bij de inwijding van Eleusis. Wie dit drinkt, bereikt gemakkelijk bradhna, of een plaats van heerlijkheid (de hemel). De somadrank die de Europeanen kennen, is niet de echte drank maar een surrogaat, ... Er is ons nadrukkelijk meegedeeld dat de meeste offerpriesters van Dekkan het geheim van de echte soma hebben verloren. Het is noch te vinden in de ceremonieboeken, noch in mondelinge mededelingen. Er zijn heel weinig ware volgelingen van de oorspronkelijke vedische godsdienst, die volgens sommigen de afstammelingen van de rishi’s zijn, de echte agnihotri’s, de ingewijden van de grote mysteriën. Het bestaan van de somadrank is ook vastgelegd in het hindoepantheon, want hij wordt Koning Soma genoemd. Wie ervan drinkt, zal zich verenigen met de hemelse koning, omdat hij ervan vervuld raakt, zoals de christelijke apostelen en hun bekeerlingen werden vervuld van de Heilige Geest en van hun zonden werden gezuiverd. De soma maakt van de ingewijde een nieuwe mens; hij wordt herboren en getransformeerd, en zijn spirituele natuur overwint de fysieke; ze geeft het goddelijke vermogen van inspiratie en ontwikkelt de helderziendheid tot het uiterste. Volgens de exoterische verklaring is de soma een plant, maar tegelijk is ze een engel. Ze veroorzaakt een sterke band tussen de innerlijke, hoogste ‘geest’ van de mens — een geest die evenals de mystieke soma een engel is – en zijn ‘redeloze ziel’ of astrale lichaam; en als ze op die manier door de kracht van de magische drank zijn verenigd, stijgen ze samen uit boven de fysieke natuur, en nemen tijdens het leven deel aan de gelukzaligheid en on­uit­sprekelijke heerlijkheid van de hemel.
 De soma van de hindoes is dus mystiek, en in alle opzichten hetzelfde als het eucharistische avondmaal van de christenen. Ze hebben vrijwel dezelfde betekenis. Door middel van de offergebeden — de mantra’s — wordt deze drank volgens sommigen ter plaatse getransformeerd tot echte soma — of tot de engel, en zelfs tot Brahmā zelf. (IU 1:xl-xli)

De occulte drank was in alle tijden onder alle volkeren bekend. De oude Teutoonse stammen, of het nu Germaanse of Angelsaksische waren, spraken over hun goddelijke mede, de godendrank, de hindoes noemden soma het rechtstreekse aftreksel van de maan onder het toeziende en leidende oog van de zon. De Grieken uit de tijd van Homerus spraken over het ambrozijn of nectar, een godendrank die hun begripsvermogen oppepte en hun ook inspiratie gaf. Een andere afdeling van de Grieken die behoorde tot de groep van de dionysische en orfische takken van het mystieke denken, spraken net zo over de mystieke wijn als over het mystieke graan waarvan tijdens de Mysteriën werd gegeten. Het zijn deze laatsten, de mystieke wijn en graan of brood dat door de christenen bijna letterlijk werd overgenomen van de dionysische eucharistie, alleen raakte die onder de christenen al vrij snel in verval en werd veranderd in het echte vlees en bloed van Jezus.

De voor de hand liggende betekenis moet worden gezocht in de occulte gedachte dat wijn, of de mede van de noordelijke volken voor wie de druif en soma onbekend waren omdat ze niet verbouwd werden, de inspiratie van een inwijding gaven, een vorm van extase van ‘zien en weten’ dat door inwijding werd veroorzaakt waarvan de lichamelijke vergifting door wijn, mede, of de somadrank het lagere en stoffelijke aspect vormden, want elk geestelijk ding heeft zijn stoffelijke tegenhanger, elke gedachte of regel van de rechterhand in het occultisme kent zijn linkerhand of de perversie van de tovenaar of tegenhanger. Dus tijdens de hoogste inwijding — ook die van tegenwoordig en dat al sinds onheuglijke tijden — had de drank of het middel een totaal symbolische betekenis en wel een dozijn meer van deze betekenissen die allemaal met elkaar waren verbonden. En toch kon desondanks een onschuldig middel of een drank, wanneer dat op de juiste wijze werd toegediend, een leerling bij enkele van de lagere inwijdingen helpen wanneer die het moeilijk vond om zijn lichamelijke en astrale invloeden af te werpen, want het was een middel dat het lagere viertal tijdelijk verlamde; maar we moeten er wel goede nota van nemen dat deze vervanger van de echte drank pas werd gebruikt toen neofieten het erg moeilijk begonnen te vinden om dát te doen wat hun geestelijke voorgangers hadden gedaan: zichzelf zuiver en alleen op basis van innerlijke aspiratie te verheffen en aan inspiratie komen, door innerlijk inzicht tot aan de epopteia of het visioen aan toe.

Dus de vraag of de mystieke drank een echte drank was of niet meer dan een symbolische, kan niet met een simpel ja of nee worden beantwoord. Oorspronkelijk was die geheel occult en later bleef die niet minder occult als anders, maar het lichaam met zijn grofheid en de astrale invloeden met hun verschrikkelijke macht over de mannen en vrouwen van die tijd, werd ook wel tijdelijk gekalmeerd door een middel dat alleen bekend was aan ingewijden die het vermogen bezaten om voor de noodzakelijke omstandigheden te zorgen, zonder enige blijvende of lang durende nawerking, wat erg veel zou lijken op een verdovend middel dat tegenwoordig door een arts wordt toegediend. Het is natuurlijk waar dat als deze drank, hoe relatief onschuldig ook, in een enkel geval voortdurend en bij herhaling zou worden toegediend onherroepelijk zou hebben geleid tot een drugsverslaving.

Enkele van de latere volken maakten bij hun inwijdingen werkelijk gebruik van een of andere soort soma dat het rusteloze denken een poosje kalmeerde, waardoor de innerlijke vermogens tijdelijk werden bevrijd van de hinderende invloeden van het astrale licht en het lichaam.

Het gebruik van welke soort drugs bij inwijdingsceremoniën dan ook, dateert van een relatief recente en gedegenereerde praktijk en is nooit op enig moment toegestaan, noch zal die ooit geïntroduceerd worden door het Moeder-centrum dat al vanaf het midden van het derde wortelras voor ons de bron is. Daarmee brandt het licht van de oude traditie feller dan ooit die zegt dat de enige werkelijke soma, de ware mede van de goden of wijn van de geest die is waarmee de mens zich tot het spirituele kan verheffen, door aspiratie, training en door het strikt volgen van de traditionele regels van het discipelschap, zodat de neofiet uiteindelijk het zonlicht van boven voelt binnenkomen via de maan van zijn denken.

Er is hier zo sterk sprake van dat zelfs tegenwoordig het gebruik van drugs bij occulte theosofische studies niet wordt toegestaan, wat ook geldt voor alcohol, want ook alcohol is een drug, het is het product van natuurlijk bederf en verrotting, hoewel als regel minder spectaculair en krachtig dan drugs als opium en de opiaten, is alcohol toch veel gemakkelijker te verkrijgen en wordt daarom speciaal genoemd als zijnde verwerpelijk. Het idee is dat de occulte leerling een absoluut normaal, gezond, schoon lichaam moet hebben en moet functioneren met een soepel gezond lichaam, zodat zelfs teveel eten moet worden beschouwd als iets schadelijks, omdat het het lichaam hindert, het denken versuft en feitelijk zou kunnen leiden tot invaliditeit.

Er bestaat en bestond over deze zaken veel verwarring, niet alleen tegenwoordig maar dat is altijd al zo geweest, en diverse mystieke scholen hebben zelfs de taal van de kroeg en het bierlokaal overgenomen als een vermomming om occulte of half-occulte leringen over te brengen. Een bijzonder voorbeeld vormt de school van de soefies die met zijn gedichten, niet alleen de borsten van de geliefde, het drinken van de wijn maar ook de genietingen van het café en de boezemvrienden aldaar bezingt. Hier stelt de kroeg het heelal voor, het drinken van de wijn de geest die innerlijke extase bewerkstelligt en de boezem van de geliefde is het verheffen van het zelf tot de gemeenschap met de innerlijke god, waarmee de joodse boezem van Abraham een zwakke overeenkomst vertoont. De vrienden van de kroeg stelt die volmaakte kring van relaties voor die door gedeelde geestelijke en intellectuele interesses wordt gevormd en de associaties met de kroeg zijn de mysteriën van de wereld om ons heen met hun wonderen en arcana. En toch, toen het vierde wortelras naar zijn omineuze einde snelde, werd het mystieke in de diverse landen om ons heen vertaald in het stoffelijke en werd het spirituele tot leringen van de stof omlaag gehaald. In latere Atlantische tijden was het inderdaad heel gewoon dat ingewijden werden gedrogeerd maar de uitkomsten daarvan waren altijd rampzalig, dit was één van de toverkunsten waardoor de Atlantiërs in de occulte geschiedenis berucht zijn gebleven. Niettemin gebruiken vele naties tot in latere historische tijden als gevolg van het loodzware Atlantische karma dat nog steeds op ons rust, meer of minder schadelijke middeltjes om een tijdelijke versuffing of verlamming van het brein en het zenuwstelsel teweeg te brengen. Tegen deze methode heeft de theosofische occulte school zich altijd krachtig verzet. Die zou iets dergelijks absoluut nooit toestaan.

Soma-loka

(Sanskriet) Soma-loka [van Soma maan + loka wereld, plaats]

Het gebied of wereld van de bestuurder van de maan, Soma. Gelijk aan pitri-loka, verblijfplaats van de maanpitri’s.

Somapa’s

(Sanskriet) Somapā’s

Zij die drinken van of hebben gedronken van het soma-sap. Soma zelf was de mystieke inwijdingsdrank of -middel van de oude hindoes, waarvan moderne oriëntalisten vermoeden dat die afkomstig is van de Asclepias acida-plant. Oorspronkelijk had soma ongeveer dezelfde betekenis die mystici van andere landen gaven aan wijn of mede. Vandaar dat de somapa’s mensen zijn die, nadat zij min of meer werden gevuld met de essenties van hun eigen geest, mystiek werden beschouwd alsof zij van het soma-sap hadden gedronken, en anders zijn zij het die in de extase van intellectuele verlichting verkeren. In India zouden de somapa’s in min of meer beperkte zin de bijzondere geestelijke voorouders zijn van de brahmanen, maar dit is een bijzonder sektarisch idee want ieder mens, brahmaan of niet, die van de innerlijke wijn van de geest had gedronken, of van de mystieke soma van innerlijke verlichting, was een somapa.

Somatisch plasma

[van Grieks soma lichaam]

De substantie of stof van de lichaamscellen die anders zijn dan het kiemplasma. Wanneer we spreken van de verschillende voortplantingswijzen die onder de mensheid van het tweede wortelras en in delen van het derde heerste, kon dit plasma — omdat het niet de menselijke kiem bezat — niet de oorsprong van de nieuwe rassen van de mensheid zijn, maar kon alleen een kern vormen voor de ontwikkeling van organische wezens die evolutionair gezien lager dan de mens staan.

Somavansa

(Sanskriet) Somavaṃśa [van soma maan + vaṃśa ras]

Het maanras of de maandynastie.

Zie ook Chandravansa

Somnambulisme

[van Latijn somnus slaap + ambulare wandelen]

Slaapwandelen. In deze toestand beweegt een mens alsof hij in trance is, als een menselijke automaat. Hoewel onbewust kan hij lezen, schrijven, muziek componeren of gedichten schrijven, bijzondere bewegingen maken, veilig op gevaarlijke hoogten gaan, enz.. Hij kan niet alleen diverse handelingen van de normale waaktoestand uitvoeren, maar kan ook zowel fysieke als mentale hoogstandjes laten zien die hij normaal gesproken niet zou kunnen. Hij kan dan terugkeren naar zijn bed, nog steeds in slaap zijn en na het ontwaken zich niets herinneren van zijn vreemde ervaringen.

Deze merkwaardige psychofysiologische toestand is te verklaren doordat de verschillende zelven van de samengestelde menselijke natuur op andere gebieden van zijn eigen wezen bewust actief kunnen zijn. De gewone slaapwandelaar kan zich bewust zijn van zijn eigen astrale lichaam dat dan als een reflex het instinctieve cerebellum — dat heerst over lichaamsbewegingen en -functies — stimuleert. Zo’n geval is analoog aan de ongewone optredens van een in trance verkerend medium. Net zoals tijdens gewone dromen ’s nachts ook een deel van het brein, als tijdens het slaapwandelen, in slaap kan zijn terwijl het cerebellum wakker en actief is. Maar in zeldzame gevallen kan de slaapwandelaar zijn gebruikelijke rol zo ver overstijgen dat hij duidelijk boven het astrale niveau van zijn eigen natuur actief is.

Sooniam

(Oost-Indiaas)

Zwartmagische praktijken van bepaalde stammen of kleine gemeenschappen van India.

Een magisch ceremonieel om een ziekte bij iemand weg te halen en over te brengen naar een ander. (TG 305)

Voorouderlijke Soorten

In de biologie gebruikt in evolutietheorieën wanneer wordt gezocht naar voorouderlijke soorten die als beginpunt kunnen hebben gediend voor de lichamelijke ontwikkeling.

Maar de oorzaken op het fysieke gebied waarmee de wetenschap werkt en zich op baseert, zijn in feite alleen secundaire oorzaken. De ware voorouderlijke soorten waren astraal en zijn werkelijk, vanwege een oorzakelijke activiteit over grote afstand, de geestelijke modellen die worden weerspiegeld in het astrale en van daaruit verstoffelijkt. Zij bepalen dus vormen, afmetingen en hun afwijkingen door andere gevolgen. De secundaire oorzaken gaan pas een rol spelen na de verstoffelijking van de astrale vormen (vgl. SD 2:648-9).

Sophia

(Grieks) Wijsheid.

Sophia wordt in algemene zin door Paulus gebruikt wanneer hij spreekt over aardse en hemelse wijsheid. Maar bij de gnostici en vooral bij Valentinus in zijn Pistis Sophia is Sophia de grote Moeder van alles, die overeenkomt met de Sefira, Isis, vach, goddelijke wijsheid, ākāśa, anima mundi en de Heilige Geest (wanneer die als vrouwelijk wordt beschouwd). Sophia werd door de gnostici gezien als het vrouwelijke aspect van de Logos, de tweede danwel de derde. Het idee van een kosmische moeder was er eerder dan die van een kosmische vader, en Sophia is de dochter, de vrouwelijke Logos van de kosmische moeder en deze vrouwelijke Logos heeft zeven zonen, die samen het achttal vormen. In de menselijke constitutie kan Sophia worden vergeleken met buddhi of op een iets lager gebied met het buddhi-manas.

Volgens de Pistis Sophia verblijft het vermogen van Sophia in het bijzonder in de solaire Logos, waarvan het planetaire voertuig Venus is. Dit dubbele symbool heeft een hogere en lagere pool, zoals ākāśa en het astrale licht. De lagere pool wordt Achamoth genoemd. Sophia-Achamoth wordt soms gebruikt in de betekenis van het lagere aspect en soms om te wijzen naar de twee polen bij elkaar.

Sophia Achamoth

Sophia Achamoth is in de gnostische Pistis Sophia de tweede of lagere Sophia, de verpersoonlijking van de scheppende kracht van de natuur — dat op het laagste gebied het astrale licht is.

Sophia Achamoth wordt als verloren in de wateren van de chaos getoond als zij op weg is naar het allerhoogste Licht en zij wordt dan verlost door de Christos — in dit geval is dat de mannelijke manifestatie van de kosmische Logos. Zij was de moeder van Ildabaoth, de trotse en onreine geest die het geestelijke licht van de middelste ruimte dat zijn moeder hem aanbood, afwees, en besloot een wereld voor zichzelf te maken. Maar hij moest noodgedwongen een beroep op zijn moeder doen om de monsters die hij had geschapen te verlichten. In enkele passages in De geheime leer is Sophia-Achamoth gebruikt in de betekenis van beide aspecten samen, of ook wel wanneer het hogere Sophia is bedoeld.

Sortes Sanctorum

(Latijn) [van sors uitkomst + sanctum heilig]

Waarzeggerij van de heiligen. De verbale antwoorden, gezegden of profetieën van de orakels. In een populaire betekenis staat het voor niet meer dan het voorspellen van het levenslot, of de poging de toekomst te voorspellen door middel van methoden die altijd door alle tijden heen door alle mensen werden gebruikt. In de eerste dagen van de christelijke kerk maakte de kerk er wel gebruik van, het werd zelfs door Augustinus toegestaan, onder het voorbehoud dat het alleen mocht worden gedaan voor een zuiver en verheven doel. Eén methode bestond waarschijnlijk uit het nemen van een willekeurige passage uit de heilige schrift na te hebben gebeden voor goddelijke leiding.

In de oude tempels werd echter door zieners aan echte waarzeggerij gedaan. Zij baseerden hun profeties op wiskundige berekeningen en op het feit dat de natuur de omtrekken laat zien van wat staat te gebeuren, omdat al haar processen wetmatig worden gereguleerd en als een aaneenschakeling van fenomenen, die zijn verbonden met een oorzakelijke keten van spirituele oorsprongen, samenhangen. Dus de oude ziener of voorspeller, die bijna alleen natuurlijke gebeurtenissen of een reeks daarvan koos, kon door zijn geoefende vermogens voorspellen waar de huidige reeks van gebeurtenissen in de natuur onvermijdelijk toe zouden leiden. Om dit met succes te kunnen doen moest iemand een werkelijke ziener zijn, wat betekende dat de ontwaakte intuïtie en geestelijke helderziendheid die in de meeste mensen slapend aanwezig zijn, actief moesten worden gebruikt.

Zie ook hieronder Sortilegium; en Waarzeggerij

Sortilegium

(Latijn) [van sors lot + lego kiezen]

Waarzeggerij door het trekken van loten. Een praktijk die in de oudheid in vele gradaties bestond en voortdurend wordt genoemd in de klassieke Griekse en Latijnse literatuur, maar ook in die van andere landen en die nog steeds op enkele plaatsen wordt beoefend. Een methode bestond uit het nemen van een willekeurige tekst uit een boek, nadat er in gedachte sterk werd gefocust op het doel dat men voor ogen had. De Romeinen kenden hun ‘sortes Virgilianae’ en de eerste christenen gebruikten de Bijbel als een middel om te weten te komen wat de goddelijke wil was, of om leiding te krijgen. Augustinus stond dit toe onder voorwaarde dat het niet voor wereldse doeleinden werd gedaan, hij beoefende het zelf ook. Het Engelse woord sorcery, toverij, is ook afgeleid van sors via de late Romeinen en de Fransen en het Engelse sortilege, waarzeggen door loten, werd ook vaak beschouwd als een vorm van toverij — omdat het inderdaad vaak ging om het vinden van kennis voor slechte doeleinden. Het is in deze zaken het motief dat het verschil maakt tussen goed of slecht.

Zie ook hierboven Sortes Sanctorum; en Waarzeggerij

Sosiosh

(Perzisch) Ook Soshyos

In het zoroastrianisme is hij de verlosser van de wereld die op een wit paard in een vurige wervelwind zal verschijnen.

Volgens de Avesta (Yast 19:89) zal hij worden geboren uit een maagd in de omgeving van het Kasava-meer. Hij zal uit het gebied van het ochtendgloren komen om de wereld te bevrijden van dood en verval, van corruptie en verrotting — dan zullen we altijd leven en altijd gedijen, zullen de doden opstaan en zal het het begin zijn van onsterfelijkheid. Deze profetie komt overeen met die van de komst van de Maitreya-Boeddha of van de Kalki-avatara van Vishṇu, wat ook wordt herhaald in het christelijke boek De openbaring van Johannes.

Sossus

(Chaldeeuws, Babylonisch)

Een cyclus die volgens Berosus, de Chaldeeuwse astroloog van de tempel van Belus in Babylon, 60 jaar zal duren.

Zie ook Saros

Sotapanna

(Pali) Sotāpanna

Iemand die aan het pad van Sotapatti is begonnen, de stroom naar nirvāṇa, de eerste van de vier paden die naar bevrijding leiden.

Zie ook Srotapatti

Sotapatti

(Pali) Sotāpatti

Gelijk aan het Sanskrietwoord srotāpatti — de eerste van vier paden die naar nirvāṇa leiden. De andere drie paden zijn in het Pali sakadagamin, anagamin, en arahatta.

Sothisperiode

In het oude Egypte werd een sothisperiode gevormd door die samen te stellen uit een afgerond jaar van 365 dagen naast het sothische jaar van 365 dagen en een kwart: de twee verschillende jaren die naast elkaar verlopen, zouden na 1461 jaar van de eerste en 1460 van de tweede samenvallen. Het sothische jaar werd vastgesteld als de overgang tussen twee achtereenvolgende klimmingen aan de hemel van Sothis (Sirius) wat in die tijd rond de zomerzonnestilstand plaatsvond. Zijn lengte is bij benadering het zonnejaar en is gelijk aan het jaar volgens de Juliaanse kalender. Het tijdperk waarvan de sothische periodes dateren is niet bekend, maar de Romeinse onderzoeker Censorinus (3de eeuw) verklaarde dat een zo’n cyclus eindigde in 139 na Chr.

Sozura

[van Grieks sozein redden + auron staart]

Staartbehoudend. Een door Haeckel bedachte term die tegenwoordig niet meer wordt gebruikt voor een familie van kikvorsen met een staart die, als zij volwassen zijn geworden, hun kieuwen verliezen maar niet hun staart, in tegenstelling tot de familie van de anura (kikkers).

Sparsa

(Sanskriet) Sparśa [van de werkwoordstam spṛś aanraken]

De tastzin. Als een van de actieve krachten of zetels van zintuiglijke activiteit in de menselijke constitutie is het de zevende nidana, wanneer afzonderlijk beschouwd en als een object dat op zichzelf staat is het ook een van de tanmatra’s of wezenlijke zintuigen.

Speanta Armaiti

Ook Spandarmatz en Spandarmaz

Een van de zeven amesha spenta’s en de weerkaatsing van de eerste drie mannelijke amesha spenta’s van de hoogste wereld. In de mens vormt zij de verbinding met de bron van intellect. Zij is de levenschenkende adem van liefde die het geheel omvat. Bij de opsomming in de Avesta van de ethische eigenschappen die aan deze intelligenties worden toegeschreven houdt Spenta Armaiti het toezicht over goddelijk mededogen. Toen zij werd verpersoonlijkt werd zij de godin of genius van de aarde. De Vendidad verwijst naar haar als de mooie dochter van Ahura-Mazda. De amesha spenta’s komen overeen met de kosmocratoren, de bouwers en de kabbalistische sefiroth.

Spermatische Logos

De stoïcijnen onderwezen dat dingen niet alleen maar zijn of van origine bestaan vanwege een bepaald vast doel waar zij toe neigen, maar omdat er iets levends en handelends in zit en doorheen werkt, de essentiële wet van evolutionaire groei. Deze innerlijke kracht noemden zij de logos spermatikos (Grieks voor spermatisch of zaad-logos), het is de monade van de individualiteit in levende en zich ontwikkelende wezens.

Het is het ontplooien onder leiding van zo’n logos spermatikos waardoor de inherente of kenmerkende kwaliteiten, krachten en functies zorgen voor de evolutionaire groei van de voertuigen van bewustzijn waar de logos in leeft en doorheen werkt. De spermatische logos komt overeen met de bijzondere monade van elke entiteit die zijn svabhāva bevat en dus al zijn onderliggende bestemmingen bepaalt, de bijzondere individualisaties en vormen.

Spiegel

Het astrale licht wordt vaak een spiegel genoemd, aangezien alle manifestaties erin weerspiegeld worden.

De Logos wordt ook een spiegel genoemd die het goddelijke denken weerkaatst ...

en het Heelal is de spiegel van de logos, hoewel de laatste het zijn van dat Heelal is. Zoals de logos alles in het Heelal van Pleroma weerkaatst, zo weerkaatst de mens in zichzelf alles wat hij ziet en vindt in zijn Heelal, de aarde. (SD 2:25)

De monaden zijn ook levende spiegels van het heelal, elke monade weerspiegelt elke andere (SD 1:623) net zoals Leibniz onderwees.

De Heldere Spiegel, aspaqularia nera, een kabbalistische term wat zoveel wil zeggen als de kracht van het vooruitzien en van het ver zien, de kracht van profetie zoals Mozes die had. Gewone stervelingen hebben alleen de aspaqularia della nera of de niet-heldere spiegel, zij zien alleen als door een donker glas: een parallelle symboliek is die van het idee van de Levensboom en dan alleen die van de Boom van Kennis. (TG 215)

Spiraal

Het pad van een punt (in het algemeen een gebied of niveau) dat rond een as draait terwijl die voortdurend de as nadert of ervan af beweegt, ook vaak gebruikt voor een helix of wervel die wordt opgewekt door een cirkelvormige beweging te combineren met een rechtlijnige beweging.

De spiraalvorm is een geschikte illustratie voor de loop van de evolutie die een beweging rond hetzelfde punt maakt en toch niet herhaalt.

De slang en het figuur van de 8 en , die wijzen op het achttal en de oneindigheid, zijn symbolen voor een spiraalsgewijze cyclische beweging. De loop van fohat in de ruimte is spiraalvormig en de geest daalt af in de stof in spiraalvormige paden. De herhaling van het proces waardoor een wervel ontstaat, begint met een cirkelvormige beweging die een draaikolk ontwikkelt. De gecompliceerde spiralen van de kosmische evolutie brengen de beweging terug tot het punt vanwaar die begon bij de geboorte van een groot kosmisch tijdperk.

Spiritualisme

Ook Spiritisme

Spiritualisme kan worden omschreven als de filosofische, religieuze of geesteswetenschap die door hen wordt beoefend die geloven in de universele geest als de kosmische bron van alle hiërarchieën van ontwikkelende monaden, het is het tegenovergestelde van materialisme.

Spiritualisme is ...

als filosofie, de toestand of staat van het denkvermogen die zich verzet tegen het materialisme of een materialistisch denkbeeld ten aanzien van dingen. De theosofie is een leer die zegt dat alles dat bestaat bezield is, of is geïnspireerd door de Universele Ziel of Geest en dat nog niet één atoom in ons heelal zonder dit alomaanwezige beginsel kan zijn — wat zuiver spiritualisme is. Wat betreft het geloof dat bekend is als spiritisme, namelijk, dat er een voortdurende communicatie mogelijk is tussen levenden en doden of dat nu door de mediamieke vermogens van iemand zelf plaatsvindt of via een zogenaamd medium — is niet beter dan het materialiseren van geest en het verlagen van menselijke en goddelijke zielen. Zij die geloven in zulke communicaties onteren simpelweg de doden en plegen voortdurend heiligschennis. Dit werd heel terecht in de oudheid ‘necromantie’ genoemd. (TG 307)

De moderne beweging die rond het midden van de 19de eeuw begon, voornamelijk met de gezusters Fox, omvat een groot scala aan verschillende geloofsovertuigingen, zodat welke afkeuring of kritiek mensen ook tegen bepaalde fasen ervan mogen hebben, die houding heel terecht een gevoel van afkeer kan oproepen bij hen die niet veroordelen. Maar de typische leer die wordt uitgedragen in naam van het spiritisme zegt dat het voor levenden mogelijk zou zijn met de vertrokken geesten van de overledenen te communiceren. De theosofie stelt echter dat de persoonlijkheid na het overlijden uiteenvalt, de individualiteit van die mens gaat naar zijn devachanische toestand, terwijl zijn lagere delen geleidelijk in het kamaloka vervagen. Het is onmogelijk om met de ego in devachan te communiceren, behalve wanneer er sprake is van een zuivere onpersoonlijke liefde van een mens voor de ander die uit zichzelf de devachanische omstandigheden weet te bereiken en dan in spiritueel contact komt met de devachani. Er kan ook een veel lager contact worden gelegd met de astrale of kamalokische overblijfselen die zijn achtergelaten om uiteen te vallen in de lagere gebieden van het astrale licht.

Alle zogenaamde bewijzen voor de authenticiteit van een ‘geest’ kunnen ook anders worden verklaard dan door te denken aan een werkelijke aanwezigheid van een overleden individu in de seancekamer. Zulke berichten als die die door een medium worden ontvangen geven geen kennis over zaken die verder gaan dan dat wat al bekend is, en geven geen aanwijzingen dat zij afkomstig zijn uit een hoge bron — en bijna altijd zijn zulke berichten pietluttigheden en tamelijk triviaal. Het mediumschap en het houden van seances moet als zeer schadelijk worden gezien omdat zij de deur openen voor verderfelijke, agressieve en bezeten invloeden uit de lagere astrale rijken. Bovendien kan het uitoefenen ervan het natuurlijke oplossen van de achtergelaten lagere elementen van de overledene hinderen en vertragen, en op die manier zijn kama-rupa langer laten bestaan dan de termijn die staat voor zijn natuurlijke astrale dood. De aantrekkingskracht van het spiritisme is helaas erg krachtig voor hen die ervan overtuigd zijn dat we onsterfelijk zijn en dat hun overleden geliefden blijven bestaan.

Spiritualiteit

Wanneer we geest en stof als tegengestelde aspecten van het evolutieproces zien, als tegengestelde polen in de kosmos, slaat dit woord op het hogere of oorzakelijke aspect.

In de loop van de evolutie begint een monade als een onzelfbewuste godsvonk en ‘eindigt’ zijn evolutionaire carrière in een van de vele heelallen als een zelfbewuste god. De monaden vertrekken vanuit de geest naar de stof en keren dan weer terug naar de geest met daaraan toegevoegd een ontwikkelde intellectuele zelfkennis of zelfbewustzijn. Voor zover het gaat om de ronden en rassen van onze aarde werden de eerste twee hiervan gekenmerkt door directe, maar niet-egoïsche, spirituele kwaliteiten van bewustzijn, terwijl in het derde intellectualiteit en uiteindelijk materialisme heel sterk verschenen en toen in de vierde ronde het laagste evolutionaire punt van onze planeet werd bereikt, was het geestelijke bijna geheel ondergedompeld in de stof. Maar deze termen zijn relatief en hebben verschillende betekenissen wanneer zij worden gebruikt voor verschillende gebieden en verschillende omstandigheden van de ronden en rassen.

Absolute spiritualiteit of volmaaktheid vraagt vanwege zijn bijzondere aard om de verhevenste soort geestelijke en intellectuele activiteit, met de relatief volmaakte rust van de omhullende lagen van bewustzijn. Het onderscheid dat kan worden gemaakt bestaat tot een bepaalde hoogte uit dat wat wordt gehaald uit absolute gedachte of het Al in tegenstelling tot de rationele activiteit van het mentale handelen, waarbij beperkingen en voorwerpen een rol spelen (SD 2:490).

[Klik hier voor grote weergave]

Spirituele beginselen

Atman en buddhi zijn de twee werkelijk spirituele beginselen in de mens. En manas moet worden gezien als een spiritueel beginsel als het het voertuig is voor atman-buddhi, hoewel manas zelf monadisch in essentie is, en daarom in de kern — maar niet in zijn huidige kenbare conditie of staat van evolutie — zo spiritueel als de eerste twee. Er is een atman en een buddhi in het manas zelf en dat behoort tot het manasische beginsel. Het is precies dit svabhavische atman-buddhi in het manas dat de atman en buddhi-beginselen toestaat bij elkaar te komen in het manas en het manas te laten gebruiken.

Spirituele ego

Dit betreft de spirituele monade, het eerste voertuig van atman, goddelijke ego of jivatman. Het brengt zichzelf tot expressie door de spirituele ziel of buddhi, ook wel de geestelijke mens genoemd.

[Klik hier voor grote weergave]

Spirituele monade

De spirituele monade is het tweede monadische centrum op de dalende ladder van nauw verbonden monadische centra. In de zevenvoudige constitutie van de mens is het atma-buddhi-manas, met een nadruk op het buddhi-manas, want atman is de goddelijke monade. Het is de individuele monade in de mens, het geestelijke centrum van zijn eigen stroom van bewustzijn, in het hart ervan verblijft zijn innerlijke God of ‘Vader in de hemel’.

De constitutie van de mens is samengesteld, een stroom van bewustzijn die voortvloeit uit het onsterfelijke centrum van de spirituele monade, en deze laatste is tegelijk de onsterfelijke wortel van de mens en zijn essentiële zelf. (ET 404)

Dit komt overeen met het spirituele zelf of jivatman.

Na de dood, wanneer de tweede dood plaatsvindt, wordt het bewustzijn van de mens opgetrokken van de hogere astrale gebieden naar de volgende hogere sfeer of gebied — de menselijke monade wordt opgenomen in de spirituele monade. Dan begint de devachanische toestand.

Spirituele vermogens

Spirituele vermogens worden in de theosofische literatuur in het algemeen gebruikt als het tegenovergestelde van psychische vermogens omdat de psychische vermogens behoren tot het tussenliggende, psychomentale deel van de menselijke natuur, daarom behoren de geestelijke vermogens tot het hogere deel. Vandaar dat de psychische vermogens — juist omdat ze halverwege liggen — gebruikt kunnen worden door onze hogere of onze lagere natuur, het zijn voertuigen in zichzelf en passief ten aanzien van de instroom van boven of van beneden.

De geestelijke vermogens kunnen niet voor zelfzuchtige en persoonlijke doeleinden worden gebruikt omdat hun svabhāva universeel is en onpersoonlijk, en de eigenschappen daarvan verbinden de mens met het omringende heelal. Zij ontspringen in de spirituele monade, atma-buddhi. Wij zijn in staat onze spirituele vermogens te gebruiken als ons manas handelt zoals de spirituele monade dat wenst. Zulke vermogens kunnen niet worden opgeroepen door persoonlijke ambitie of hebzucht omdat die niet hoger komen dan de tussenliggende psychologische natuur en geen beroep doen op de geest daarboven. In feite zijn de spirituele vermogens de vrucht van zelf­verloo­che­ning, of de vervanging van het persoonlijke door het universele, het opgeven van het beperkte voor het vrijwel onbeperkte, het opgeven van het kleine voor het grote. Geestelijke vermogens bestaan uit een heldere intuïtie van de waarheid, wat leidt tot juist gedrag, een vaardigheid waarmee we anderen kunnen helpen en onderwijzen — het zijn de vermogens die wij toe­schrij­ven aan Boeddha of Christus.

Het oog van Śiva of Dangma, met zijn allesdoordringende blik, moet worden geschaard onder de geestelijke vermogens. Van de siddhi’s en śakti’s die in verschillende overzichten zijn gegeven worden enkele daarvan als spiritueel gezien — eigenlijk zijn al die vermogens die een blijvende waarde hebben allemaal spiritueel. Aangezien psychische vermogens in zichzelf overgangsvormen zijn, die versluieren wat van binnen en erachter is, zouden zij in het verlengde moeten liggen van geestelijke vermogens. Scherpe grenzen kunnen in een heelal met zijn bijzondere structuur en vrijwel oneindige variatie en vermenging van interactief leven en levens niet worden getrokken.

Zie ook Geestelijke Vermogens; Vibuthaya (opsomming v. krachten)

Spirituele Zelf

Gebruikt voor buddhi-manas, de spirituele monade.

[Klik hier voor grote weergave]

Spirituele Ziel

Buddhi. In de mens is de spirituele ziel boven alles de onsterfelijke individuele monade. Het is het eerste voertuig van de atmische monadische straal, het spirituele ego, een kopie in het klein van de monade, geïndividualiseerd gedurende de gehele manvantarische evolutie. Het tweede voertuig is de spirituele ziel, de drager, sluier of vervoerder van het spirituele ego.

Spiritus

(Latijn) Adem, lucht en geest.

In de alchemie komt het overeen met vuur en zwavel in de triade van zwavel, kwik en zout — of geest, ziel en lichaam. Bij de nazarenen was het het vrouwelijke aspect van het anima mundi, het gemanifesteerde deel als het tegenovergestelde van het ongemanifesteerde of goddelijke aspect.

Spoel

In de biologie is het de spoelvormige rangschikking van trilharen die in de kern van een cel zitten die op het punt staat zich te delen. In dit vroege stadium in de ontwikkeling van een kiemcel vormt de kern een dubbele kegel die lijkt op een spoel of diabolo.

Spontane voortbrenging

In de wetenschap verstaat men onder spontane voortbrenging, of generatie, hetzelfde als abiogenese (de ontwikkeling van leven uit niet-levende stof), archegenese of archebiose.

Voor theosofen bestaat er geen dode stof, want zelfs rotsen zijn niet anders dan samengepakte levende monaden, die tijdelijk door deze toestand van concretisering gaan en in die toestand onmogelijk hun ingeboren vermogens en vitale functies kunnen manifesteren, wat zij wel doen op de onzichtbare gebieden. Dus, het enige onderscheid dat kan worden gemaakt tussen wat in het algemeen levende en dode stof wordt genoemd, moet het verschil in organische ontwikkeling op dit fysieke gebied zijn. Maar alles is altijd levend! Leven brengt zichzelf overal tot uitdrukking — in organische wezens in het vlees, in planten en in rotsen. Voor de occultist zijn magnetisme en elektriciteit — die vormen van straling zijn — niets anders dan de manifestaties van kosmische vitaliteit en zelfs de atomen en hun samenstellende deeltjes, hoewel zelf in essentie elektrisch, zijn niet anders dan levende deeltjes.

In nu vergeten tijdperken van de oude geschiedenis was spontane generatie op aarde de normale of algemeenste manier waarop leven op dit gebied doorbrak vanuit de innerlijke onzichtbare werelden.

Al zou inderdaad worden bewezen dat spontane generatie in ons tegenwoordige wereldtijdperk en onder de heersende omstandigheden onmogelijk is — wat de occultisten ontkennen — is daarmee nog niet aangetoond dat ze niet onder andere kosmische omstandigheden kan hebben plaatsgevonden, niet alleen in de zeeën van de laurentische periode, maar zelfs op de toen in hevige beweging verkerende aarde.(...) Als de spontane generatie nu haar methoden heeft veranderd, misschien tengevolge van de overvloed aan beschikbaar materiaal, zodat zij bijna aan waarneming ontsnapt, was zij bij het ontstaan van het aardse leven toch in volle gang. (SD 2:150-1)

Elk punt in de ruimte, elk deeltje met ook maar het kleinste beetje fysieke substantie, is een levend wezen of levensatoom. Zo’n levensatoom vindt zijn eigen gepaste fysieke omgeving op ons eigen gebied en als die zou worden voortgedreven door zijn eigen karmische drang zal die zich op dit gebied tot expressie brengen en voedsel voor zichzelf vergaren, eerst door osmose uit de omgevende ether of lucht en uiteindelijk uit het milieu van de plaats waar die zich dan bevindt. Als zo’n levensatoom dan op ons gebied verschijnt heeft het een evolutionaire geschiedenis achter zich die het in staat stelt zich te ontwikkelen in een wezen van een hoge orde en zal verdergaan met groeien, behoudens ongelukken of soortgelijke belemmerende oorzaken.

Maar nogmaals, als zijn karmische drang, die van binnen naar buiten werkt, hem niet hoger kan brengen dan dat van een wezen van een gevorderde klasse, zoals dat van een dier of een plant, zal die zichzelf tot uitdrukking brengen als een dier of een plant. Of als de drang uit zijn opgeslagen karma hem niet in staat stelt hoger te klimmen dan het mineralenrijk op dit gebied, zal die zichzelf tot uitdrukking brengen als een mineraal atoom. Wat feitelijk gebeurt gedurende de levensloop van een levenskiem, zelfs tegenwoordig op aarde, zoals de ontwikkeling van een menselijk zaadje in een embryo en daarna in een kind, is niet anders dan een wat gecompliceerdere versie van wat spontane generatie was in de vroege geschiedenis van onze aarde, toen bijna elk punt van fysieke stof trilde met leven en eigenlijk niet langer kon wachten om zichzelf tot uitdrukking te brengen door het evolutionaire ontvouwen als een levend wezen. Spontane generatie is daarom eenvoudigweg de juiste groei, want levende wezens zullen zich in ruimtelijk opzicht in bijna elk geschikt medium beginnen te ontwikkelen.