© Theosophical University Press / Fred Pruyn 2017
Theosofische Encyclopedische Woordenlijst

Vedana

(Sanskriet) Vedanā [van de werkwoordstam vid weten]

Waarneming of kennis overgedragen door de zintuigen, prikkelingen. De zesde nidana en de tweede skandha.

Vedānta

(Sanskriet) Vedānta

Het einde of de voltooiing van de Veda. De laatste en meest volmaakte uiteenzetting van de vedische leerstellingen. Wat betreft de Uttara-mimansa, een van de zes darsana’s of hindoescholen van filosofie, wordt er gezegd dat die zou zijn gesticht door de samensteller van de Veda’s, Vyasa. Śaṅkarāchārya was de belangrijkste en grootste kracht achter de verspreiding, vertolking en popularisatie van de Advaita, of de non-dualistische filosofie van de Vedānta, die vrijwel gelijk is aan het Centraal-Aziatische boeddhisme.

De Vedānta is de hoogste vorm van expressie die de brahmaanse leringen ooit hebben bereikt ... Deze leer kan kernachtig worden omschreven als een stelsel van mystieke filosofie dat is ontleend aan de inspanningen van de Wijzen, gedurende vele generaties, om de heilige of esoterische betekenis van de Upanishads te interpreteren ... De hindoes noemen de Vedānta Brahma-jnana. (OG 181)

Vedhas

(Sanskriet) Vedhas

Arrangeur, rangschikker, gever. Een naam van Brahmā, Śiva en Vishṇu; ook van de zon en de maan (Soma). Bovendien de naam van een vedische rishi.

Veertien

Een zevenvoud waarin elk lid tweevoudig is. In de Wetten van Manu van de hindoes worden veertien manu’s genoemd. In de theosofie is er voor elke ronde een wortelmanu en een zaadmanu. In een allegorie van de hindoes komen uit het karnen van de oceaan veertien ‘waardevolle zaken’ tevoorschijn die in het overeenkomende Japanse stelsel worden opgesomd als zeven in getal.

Zie ook Kurma-Avatara

Vendidad

(Pahlavi) [van vi-daevo-datem de anti-demonische wet]

Het belangrijkste boek van de Avesta dat bestaat uit 22 delen of fargards. Het grootste deel van het boek bevat gedetailleerde aanwijzingen en leringen over hoe zonde en verontreiniging zijn te vermijden door morele en fysieke zuivering ...

elk van die leringen is gebaseerd op Occulte wetten. (TG 363)

De eerste fargard vertelt het verhaal van de schepping en de legende van Yima en de Gouden Eeuw. Een ander vertelt over de vorming van onze aarde en zijn zes vergezellende karshvares of bollen.

De Vendidad is de enige volledig zoroastrische Nask die tot op heden in stand is gebleven. De Pahlavi Rivayats verklaren dat er na de volledige vernietiging van de oude literatuur door het vandalisme van Alexander de Grote, gezocht werd naar de 21 Nasks die de Avesta samenstelden — maar alleen de 19de, de Vendidad, was gevonden.

Het was op de eerste plaats een occulte verhandeling, vol symboliek en vaak met een betekenis die het totale omgekeerde was dan die wordt uitgedrukt door zijn tekst in de dode letter. (ibid.)

De Vendidad Sadah (‘zuivere Vendidad’) is alleen de oorspronkelijke tekst, zonder een vertaling in het Pahlavi.

Ventus

(Latijn) [vlg. de wortel ven, van in Sanskriet vata, Grieks anemos, Latijn animus, anima]

Wind. Wind en geest waren in de literatuur van de meeste oude volken omwisselbaar.

Venus

De tweede zichtbare planeet vanaf de zon en het helderste hemellichaam aan de hemel op de zon en maan na. Door de Ouden beschouwd als een van de zeven heilige planeten. Zijn huizen van de dierenriem zijn Taurus (Stier) en Libra (Weegschaal); zijn dag van de week is vrijdag.

Venus is de meest occulte, machtige en mysterieuze van alle planeten; haar invloed op en relatie met de aarde treedt het meest op de voorgrond ... Volgens de occulte leer is deze planeet de oervorm van onze aarde, en haar geestelijke prototype ...
‘Elke zonde die op aarde wordt begaan, wordt gevoeld door Usanas-Sukra’ [Venus]. De goeroe van de daitya’s is de beschermgeest van de aarde en de mensen. Elke verandering op Sukra wordt gevoeld op en weerspiegeld door de aarde’. (SD 2:30-1)

In de theosofie heeft de regent of bestuurder van Venus een bijzondere invloed over bol C van de aardketen en ook over het derde wortelras van bol D van de aarde. Het teken van Venus (de cirkel boven het kruis ) stelt de val van de mensheid en de dierenwereld in geslachtelijke voortplanting voor, aan het einde van het derde wortelras.

Aangezien Venus geen satellieten heeft zeiden de Ouden dat Venus de aarde had aangenomen, het kind van de maan.

‘Elke wereld heeft haar moederster en zusterplaneet. Zo is de aarde het geadopteerde kind en de jongere broer van Venus, maar haar bewoners hebben hun eigen aard’. (SD 2:33)

De bewoners van Venus hebben lichamen die in een bepaald opzicht grover zijn dan die van de bewoners van de aarde; maar desondanks zijn zij veel intelligenter dan wij. Bovendien zou Venus in zijn zevende ronde zijn (vgl. SD 1:602; BvhO 352-5).

Als godin van de Romeinen zie Aphrodite

Vera Cause

(Latijn)

Ware of werkelijke oorzaak. Wat anders is dan een secundaire oorzaak, of soms om een onderscheid te maken met een schijnbare oorzaak. De werkelijke oorzaken van fysieke fenomenen kunnen niet worden gevonden in de fysieke wereld maar in de wereld van de noumena.

Verbeeldingskracht

Een van de vormende vermogens van het hogere denken. Normaal gesproken het maken van mentale beelden, maar dit is eigenlijk niet meer dan fantasie. Verbeelding is ...

een van de plastische vermogens van de hogere Ziel, het geheugen van eerdere incarnaties dat echter is vervormd door het lagere manas en toch zit er altijd een grond van waarheid in. (TG 153)

Verbeelding is daarom een scheppende kracht die samen met de wil, niet alleen scheppende krachten oproept maar ook hun resultaten. Aldus kan die worden gebruikt om spiritueler te worden en ook zorgen voor de materialisatie van beelden die door het denkvermogen worden voorgesteld, om de resultaten tot stand te brengen die we wensen, goed of kwaad. Het kan onze meester worden die ons ketent aan de illusies die we hebben gevormd, maar het kan ook een krachtig instrument worden om onze levens en lot vorm te geven.

Verbum

(Latijn) Woord.

Gebruikt door de latere Latijn sprekende filosofen en christelijke theologen waarmee de kosmische logos (woord) wordt bedoeld en is vaak in een meer uitgewerkte betekenis gebruikt voor het gesproken woord. Verwijst ook naar de trillende kracht van geluid, of wordt gebruikt voor de Christos in de theologie.

Of nu de Griekse logos of het Latijn verbum wordt gebruikt de filosofische betekenis blijft hetzelfde en komt voort uit het feit dat een woord een hoorbare uitdrukking is van het innerlijke, altijd werkzame maar stille idee. Vandaar dat de kosmische geest, het terrein van kosmische verbeelding, juist door zijn activiteit van het vormen van de kosmische gedachte zichzelf manifesteert als het woord — of woorden. Een persoon heeft een gedachte waaraan hij uiting geeft met een woord. Op gelijke wijze werd er in de Griekse filosofie over de kosmische logos als metafoor gesproken, vooral door de platonisten als het kosmische Woord of het geheime idee of gedachte van de kosmische intelligentie. Het vormt een parallel met het vach van de hindoes.

Verdandi

(IJslands) [van verda worden]

In de Noorse mythologie is het de tweede van de drie nornen die het lot van helden vaststelt. Alle wezens zijn onderworpen aan deze drie schikgodinnen die overeenkomen met de Griekse Moirai. Zij worden beschreven als Verleden, Heden en Toekomst, hoewel hun namen veel meer impliceren. Verdandi, het ‘tegenwoordige’ betekent letterlijk ‘worden,’ het altijd nieuwe huidige moment waarin alle dingen mogelijk zijn en de toekomst wordt bepaald.

Haar zusters zijn Urd (oorsprong), onherroepelijke oorzaken die in het verleden in gang zijn gezet en Skuld (schuld), die door haar twee zusters wordt geschapen, het verleden en het heden. Zij is de karmische schuld van de toekomst, het onvermijdelijke resultaat van oorzaken uit het verleden en het heden.

Vergelding

Terugbetaling, wettelijk of moreel.

Vaak gebruikt als een synoniem voor karma in het maatschappelijke verkeer. Er bestaat een tendens om het woord vooral te gebruiken voor de ogenschijnlijk bittere aspecten van karma, wanneer het de zogenaamde straf voor kwaad doen wordt genoemd en beloning wordt dan vaak gebruikt voor dat aspect van karma dat vreugde en plezier brengt en andere verheffende factoren in het leven van de mens.

Zie ook Karma

Vergeving van zonden

Vergiffenis in het Nieuwe Testament (Grieks aphesis, Latijn remissio) staat voor verdrijven, aflossen.

De oorspronkelijke betekenis van vergeving van zonden was het verdrijven van het zondige uit het hart, de zuivering van het karakter, wat bijvoorbeeld het resultaat kan zijn van de gelofte die iemand aflegt om een nieuwe levensweg in te slaan, of het ondergaan van een inwijding, het doormaken van een tweede geboorte. In het christendom heeft vergeving van zonden de betekenis gekregen van de handeling van een god door een goddelijke tussenpersoon, zoals men denkt te kunnen herkennen in het geval van Jezus. De uitspraak van Jezus bij het laatste avondmaal: ‘Want dit is Mijn bloed, het bloed van het Nieuwe Testament, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden’ (Matt 26:28), is een echo van de inwijdingsriten van de oude Mysteriën. De vergeving van zonden betekent hier dat wanneer de vitaliteit (het bloed) van de immanente Christus in het individu de sturende invloed in zijn leven wordt er geen ruimte meer zal zijn voor zondigheid, die daarna zal zijn afgelost, verdreven, geweigerd. Maar de karmische gevolgen van eerdere zonden moeten hoe dan ook in alle gevallen worden uitgewerkt.

In Marcus 1:4 zou Johannes voor de doop van berouw voor de vergeving van zonden hebben gepredikt. Berouw is het Griekse metanoia dat echter een radicale verandering van opvatting of van denken, van gevoel en begrijpen betekent. De christelijke kerk kiest de verkeerde weg met de gemakkelijke valse leer dat aan de gevolgen van verkeerde handelingen kan worden ontsnapt door een bijzondere tussenkomst van een persoonlijke verlosser of door een of andere kerkelijke middelaar en/of ceremonie, net zoals vergeving ‘een laten gaan,’ het zich verschonen of een ontsnappen aan is gaan betekenen. Dus in het geval van een schuld kan de schuldenaar de (verkeerde ontsnapping) goedmaken van wat verschuldigd was, maar net zo goed kan de schuldeiser de schuld werkelijk verminderen of nietig verklaren. De theosofie accepteert de leer in die zin dat zondigheid uit het karakter kan worden verdreven door het zuiveren van het zelf, maar niet het idee dat we kunnen ontsnappen aan de gevolgen van onze daden — uit het verleden, heden of de toekomst.

Verleider

Ook Verleiding

Normaal gesproken is de verleider het menselijke denken of dat nu reageert op van buiten komende impulsen of indrukken, of vanuit zijn eigen relatief kleine en ongeïnspireerde innerlijke krachten. De verleider werd altijd gezien als een draak, Satan, Zeus, enz.

Zeus wordt voorgesteld als een slang — de verstandelijke verleider van de mens — die niettemin in de loop van de cyclische evolutie de ‘mens-Heiland’, de zonne-Bacchus of ‘Dionysos’, meer dan een mens, verwekt. (SD 2:419-20)

Vaak is het inderdaad onze hogere natuur die ons ‘verleidt’ hoger te gaan door latente of innerlijke krachten in ons op te roepen die, wanneer ze eenmaal zijn opgeroepen, als een ladder zijn waarmee we op kunnen klimmen. Zo is onze verleider ook onze verlosser. De esoterische leer van het verleiden van de mensheid door het laten ontwaken van het Licht van zijn intellect is verlaagd en vermaterialiseerd tot een sensuele verleiding door een Duivel in de Hof van Eden, en in de Bijbel is een evolutiefase theologisch misvormd tot een zonde. Het astrale licht wordt ook genoemd als de verleider vooral door Éliphas Lévi.

Verleiding in zijn betere betekenis is beproeving, proeftijd en een uitproberen, zoals een kandidaat die meer wil weten die beproeving noodzakelijkerwijs oproept. In zijn slechtste betekenis betekent verleiding het oproepen van een handeling in en uit het menselijke denken en emoties, ofwel door een van buiten komende schokkende gebeurtenis of door de onontwikkelde eigenschappen van het denken zelf.

Het Verloren Woord

Volgens het vrijmetselaarsrituaal van de derde of meester vrijmetselaarsgraad, was het Woord in het bezit van de drie Grootmeesters van het Ambacht, koning Salomo, Hiram van Tyrus en Hiram Abif en kon alleen worden gegeven wanneer de drie ‘aanwezig waren en er geen onenigheid was’ en zou verloren zijn gegaan door de dood van Hiram Abif. Als gevolg waarvan was besloten dat tot het Ware Woord opnieuw was gevonden een Vervangend Woord zou worden gebruikt. Door de dood van Hiram Abif was niet alleen het Ware Woord van de meester verloren gegaan maar was ook ontdekt dat er geen plannen op de Werktafel lagen voor het voortzetten van het werk aan de bouw van de Tempel. Dit geeft een aanwijzing ten aanzien van de betekenis van het Verloren Woord dat ...

dezelfde status zou moeten hebben als alle ‘verloren woorden’ en verloren geheimen, want wat in het algemeen het verloren ‘Woord’ wordt genoemd is helemaal geen woord, net zoals het geval is met de Onuitsprekelijke Naam. (TG 191)

Hoewel deze verloren geheimen in de prehistorie aan de eerste mensen werden doorgegeven en dus algemeen bekend waren, konden die later alleen door een ingewijde priester aan de volgende ingewijde priester worden doorgegeven.

Elke ware vrijmetselaar zoekt naar het Verloren Woord, de geheime kennis of gupta-vidya en toch kunnen de verloren geheimen van de Koninklijke Kunst nooit worden doorgegeven aan iemand die die niet begrijpt en herkent en tot op een bepaalde hoogte niet eens zijn eigen innerlijke goddelijkheid beseft, de immanente christos of boeddha­ in hem, die zijn ware zelf is; dat wil zeggen door inwijding wordt hij eigenlijk en feitelijk een Christos, een Osiris, een Hiram Abif. Elke graad van inwijding in de Mysteriën kende zijn geheimen, zijn Woord, zijn heilige formules, die alleen aan hem worden doorgegeven die volgens het rituaal van de vrijmetselaars ‘terecht en oprecht is voorbereid, en waardig en geschikt is bevonden,’ anders volgt als straf voor degene die het Woord of de geheimen [onterecht] onthult, de dood.

De mythos van Orpheus en Eurydice is een mysterieverhaal rond het verlies van het Woord — Eurydice is de verpersoonlijking van de esoterische wijsheid. Het terugvinden van het Woord is alleen mogelijk voor hem die door inwijding volledig voorbereid afdaalt in de onderwereld en die aan de voorwaarden voor de terugkeer voldoet (waar niet aan getornd kan worden) en zo het Woord in zijn bezit krijgt, zoals Orpheus door zijn huwelijk met Eurydice. Maar zou hij die net als Orpheus verliezen — dus niet in staat zijn Eurydice met zich mee terug te brengen — dan zou zo’n verlies onvermijdelijk de dood betekenen of op zijn minst een scheuring tussen de persoonlijke mens en zijn hogere geestelijke natuur, zodat de persoonlijke mens die op dat moment niet beschermd wordt door zijn geestelijke natuur, de prooi wordt van spijt en lagere aardse hartstochten, de bacchanten, en uiteindelijk door hen wordt verslagen. Maar dit betekent niet noodzakelijkerwijs een volslagen mislukking, want in een volgend leven of in een daarop volgend leven kan hij opnieuw beginnen met zijn zoektocht naar het Woord en als hij zich niet tegen laat houden door belemmeringen op zijn weg en zelfs na herhaalde mislukkingen verdergaat en doorgaat met zoeken, kan en zal hij dat waarschijnlijk op het laatst vinden.

Verloren Ziel

Een verloren ziel is een entiteit die door een reeks van wedergeboorten langzaam de weg van de gemakkelijke afdaling naar het avernus heeft gekozen. Het is niet iemand die slechts ‘zielloos’ is in het gewone theosofische spraakgebruik, maar iemand die de laatste verbinding, de laatste fijne draad van bewustzijn die hem verbindt met zijn innerlijke God, heeft verloren.

Dit verlies van de ziel vindt niet plaats zolang er ook maar één kleine fractie van geestelijk streven actief werkzaam blijft. Wanneer er niet ook maar één enkele trilling van aspiratie naar het geestelijke aanwezig is, is de ziel voor dat manvantara verloren; zijn essentie is als het ware omgekeerd en zijn neiging omlaag te gaan naar avichi waar, afhankelijk van de kracht van de ziel over de natuur, de omstandigheden een vrijwel onmiddellijke vernietiging daarvan teweeg kunnen brengen of, misschien, een manvantara van avichi-nirvāṇa betekent, een werkelijk afschuwelijke toestand vergeleken met het geweldig mooie nirvāṇa van de dhyani-chohans.

Maar dit vreselijke lot, de gemakkelijke afdaling, wordt langzaam, heel geleidelijk, ontwikkeld. Van een menselijke geboorte naar een lagere menselijke geboorte en dan naar een nog lagere, zal de gedegenereerde astrale monade — alles dat overblijft van de mens die was — uiteindelijk het lichaam van een of ander beest waartoe het zich aangetrokken voelt, binnengaan (en dit is één kant van de leer van transmigratie die zo jammerlijk verkeerd is begrepen); sommigen gaan misschien uiteindelijk nog door het plantenrijk totdat zij uiteindelijk zullen verdwijnen. De astrale monade zal dan zijn vervaagd en verdwenen. Zulke verloren zielen zijn uitermate zeldzaam.

De verloren ziel bevindt zich aan één uiteinde van het bewustzijn en de meester aan de andere. Het is het gebied tussen de hogere menselijke ziel en de menselijke ziel (of de gewone mens) waar de psychologische grens ligt die iemand moet overschrijden, heen of terug, naar vernieuwing of naar verval. De eerste leidt naar het meesterschap, de tweede naar de uiteindelijke vernietiging. Want naarmate de aantrekkingskracht van de stof toeneemt, verslechtert de egoïsche kwaliteit van de ziel en door uitputting raakt de verbinding verloren en zinkt de ziel weg in de Achtste sfeer, de planeet van de dood.

Verlosser

Van toepassing op manasaputra’s, boeddha­’s, bo­dhi­satt­va’s, avatara’s, messiassen, de Agathodaemon, enz.

Zie ook hieronder Verlossing

Verlossing

[van Engels salvation van Latijn salvatio van salvare, redden]

In het christendom staat verlossing voor het redden van zielen van een veronderstelde verdoemenis, normaal gesproken door het geloof in de boetedoening door Christus. Voor theosofen betekent verlossing, als het om een individu gaat, de overwinning van illusies die zijn gecreëerd door het contact van de tussenliggende natuur van de mens met de lagere gebieden van de stof door het goddelijke zelf. In deze zin is de slang van Eden, zelfs Satan, de verlosser van de mens net zoals Prometheus en Lucifer dat zijn.

De mensheid in zijn geheel wordt gered door de manasaputra’s die afdaalden in de intellectueel onbewuste mensheid van het derde wortelras en die door het denken van de vroege mensheid te verlichten, de gekozen bewaarders werden van de mysteriën die door de goddelijke leraren aan de mensheid werden onthuld. Ook de Stille Wachters in hun verschillende graden die weigeren over te gaan naar een groter licht en op hun post blijven voor de bescherming en leiding van de mensheid, zijn net zulke verlossers.

Toch kan niemand worden gered door de plaatsvervangende kwaliteiten van een ander. Zijn redding wordt alleen bereikt door middel van die vrije wil en de verlichte intelligentie van zichzelf waardoor hij in eerste instantie het risico loopt te vallen. Maar de Groten houden vast aan het ideaal en de massa zal ervoor kiezen dat te volgen, zo verlichten zij het pad dat de mensheid zal bewandelen.

Vernietiging

Absolute vernietiging van bewustzijn is een onmogelijkheid in de natuur.

Het bewustzijn dat de wezenlijke mens vormt kan niet vernietigd worden. Het heelal is opgebouwd uit een onbeperkte hoeveelheid menigten van ontwikkelende entiteiten die in alle gradaties van evolutionaire ontplooiing bestaan. Alle gaan door een continue reeks van veranderingen heen, waar ook het afschudden van omhulsel na omhulsel, waarin hun wezenlijke bewustzijn een rol speelt, toe behoort. Deze entiteiten passen voortdurend de voertuigen aan waarmee zij zichzelf op de verschillende kosmische gebieden tot uitdrukking brengen. Wanneer de elementen die een samenstelling vormen zich van elkaar gaan scheiden, zal de samenstelling als zodanig ophouden te bestaan, op zijn minst tijdelijk, maar er bestaat nog steeds dát wat de elementen tot een samengestelde eenheid maakten.

De menselijke persoonlijkheid verandert voortdurend, zelfs tijdens een enkel leven en nog veel meer door wedergeboorte. Werkelijk, de hogere toestanden van het geïndividualiseerde bewustzijn, hoewel zij gedurende enorm lange tijdperken kunnen blijven bestaan zodat zij wel eeuwigdurend lijken te zijn, moeten tijdelijk verdwijnen tijdens een kosmisch pralaya. Zelfs dan, wanneer de fysieke, psychologische en spirituele voertuigen tot afzonderlijke eenheden worden teruggebracht, kunnen we niet spreken van een vernietiging net zomin als een mens in een droomloze slaap wordt vernietigd terwijl zijn hogere zelf in zijn oorspronkelijke toestand van absoluut bewustzijn verkeert, hoewel die geen enkele indruk op het slapende en daarom onbewuste brein achterlaat.

Evenmin gaat de individualiteit verloren — noch zelfs de essentie van de persoonlijkheid, als daarvan iets wordt achtergelaten — omdat zij weer wordt opgenomen. Want hoe grenzeloos — vanuit menselijk standpunt beschouwd — de paranirvanische toestand ook is, toch heeft deze een grens in de eeuwigheid. Als deze toestand eenmaal is bereikt, zal dezelfde monade daaruit weer tevoorschijn komen als een nog hoger wezen op een veel hoger gebied, om opnieuw te beginnen met haar cyclus van vervolmaakte werkzaamheid. (SD 1:266)

Nirvāṇa betekent dus niet volslagen vernietiging, noch onderwees de Boeddha zoiets als een complete vernietiging of een wegvagen. Het fundamentele bewustzijn blijft ononderbroken bestaan van eeuwigheid tot eeuwigheid hoewel het wel voortdurend verandert. Zo’n verandering is echter niet een verschil van essentie maar een voortdurend vergroten en een steeds grotere ontplooiing van de innerlijke essentie.

Verraad van de Mysteriën

Oude schrijvers bevestigen dat de eerste vereiste waaraan elke kandidaat moest voldoen die toegelaten wilde worden tot de Mysteriën, was het afleggen van de gelofte van uiterste geheimhouding. Personen die schuldig waren aan verraad van de Mysteriën werden zonder pardon uitgesloten van deelname aan de viering van de riten. Ook werden zij geweerd die (zelfs per ongeluk) schuldig waren aan moord of wat voor grote misdaad dan ook, of waarvan bewezen was dat zij schuldig waren aan toverij. Als het niet meer dan ongelukkige mediums waren, werden zij verzorgd in ziekenhuizen die in de omgeving van tempels voor dat doel waren ingericht, en zo mogelijk werd hun gezondheid teruggegeven; als zij bewust verraderlijk of bedorven waren, werden zij op een andere manier behandeld. Zo is het duidelijk dat zelfs in de dagen van verval in de landen rond de Middellandse Zee vóór de tijd van Plato, misbruik van occulte krachten als de meest verachtelijke van menselijke misdaden werd beschouwd, want dat sloeg de bijl in de wortels van de maatschappij, en om deze laatste reden was het dat verraad van de Mysteriën, toverij, of een soortgelijke misdaad door de Staat zelf werd bestraft.

De wetten met betrekking tot het verraad van de geheimen waren uiterst streng, de gewone straf voor zo’n overtreding betekende de doodstraf. Toch was dit al een duidelijk teken van het verval van de oorspronkelijke zuiverheid van de Mysteriën, want ...

nooit, onder welke omstandigheden ook, heeft de loge of een leraar geweld gebruikt of uit haat gehandeld tegen een verrader of een trouweloos mens, hoe zwaar het vergrijp ook mocht zijn geweest. Hun straf was dat ze strikt aan zichzelf werden overgelaten; en de innerlijke straf bestond uit het zich terugtrekken van de onsterfelijke wachter, het innerlijke hogere zelf, dat bij de intrede in de mysteriën bewust en met succes was opgeroepen en waartegenover zij in de hogere graden van inwijding letterlijk van aangezicht tot aangezicht hadden gestaan. De oude en automatische straf was de innerlijke dood door het verlies van de ziel. De verrader verloor zijn ziel. (Beginselen 247-8)

Verstoffelijking

Het fysieke gebied van de stof is dat ene gebied van de vele gebieden van de universele natuur, waarmee onze fysieke zintuigen vertrouwd zijn. Het gebied van de stof is daarom het gebied waarop ons bewustzijn actief is wanneer wij die zintuigen gebruiken. Het wordt gekenmerkt door de bekende kwaliteiten die de wetenschap bestudeert die dat dan de eigenschappen van de stof noemt. Om de biologische evolutie te kunnen begrijpen is het belangrijk om het bestaan van een volgend gebied boven dit gebied van onze zintuigen en bewustzijn te onderkennen: het astrale gebied. De overgang van de astrale modellen van organismen op het astrale gebied naar het stoffelijke gebied zou lichaamsvorming of verstoffelijking genoemd kunnen worden. Differentiatie op het stoffelijke gebied wordt veroorzaakt door de psychologische en astrale levensbemiddelaars die actief werkzaam zijn in de protyle van het stoffelijke gebied. Tijdelijke en abnormale lichaamsvorming of verstoffelijking vinden plaats bij spiritistische materialisaties.

In filosofisch en metafysisch opzicht zegt men dat het viertal volgens het stelsel van Pythagoras de ideale wortel is van alle getallen en dingen op het stoffelijke gebied, omdat het viertal bij wijze van spreken omlaag is gericht.

Zie ook Liṅga-śarīra; Milt

Wet van vertraging en versnelling

Door deze wet wordt de activiteit geregeld van de ‘inherente wet van voortschrijdende ontwikkeling’ van elke entiteit.

Wanneer een entiteit een overheersende positie op de evolutionaire schaal inneemt kunnen de lagere en ondergeschikte entiteiten die in zijn macht verkeren niet langer een volledig vrij terrein voor hun eigen zelfexpressie vinden en als gevolg hiervan zegt men dat hun ontwikkeling wordt vertraagd. Dus de menigten van lagere entiteiten die het lichaam samenstellen worden vertraagd omdat hun activiteiten moeten worden afgestemd op die van de dominante mens, terwijl de ontwikkeling van laatstgenoemde niet wordt gehinderd behalve voor wat betreft zijn hogere remmende elementen, die tijdens andere perioden juist zijn momenten van versnelling kennen. Dit maakt deel uit van het geven-en-nemen-beleid dat elke georganiseerde activiteit tussen individuen van alle hiërarchische klassen niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk maakt.

De wet van vertraging betekent dat bepaalde individuen of groepen van tijd tot tijd worden afgeremd in hun ontwikkeling omdat het evolutionaire gebied dat onmiddelijk voor hun ligt al bezet is door een hogere samengestelde groep van ontwikkelende entiteiten, welke hogere groep een invloed uitoefent op de lagere groep die de volle expressie van de ontwikkelende vermogens van de individuen van die lagere groep afremt. Dit kan worden geïllustreerd door de evolutie van de levensgolf als voorbeeld te nemen, of de rijken van de natuur die hun ronden doorlopen op onze eigen planeetketen. De dieren zijn aldus onderworpen aan een erg strakke wet van vertraging, omdat hun onmiddellijke en toekomstige terrein van evolutionaire ontvouwing bezet wordt gehouden door het ontwikkelende mensenrijk, hoewel het ook waar is dat het mensenrijk op het dierenrijk eronder een stimulerende en verheffende kracht uitoefent. Wat betreft de rijken van de planeetketen, als een bepaald rijk daarin nog niet een bepaalde evolutionaire positie op de levensladder heeft bereikt zal dat moeten wachten in een min of meer inactieve of slapende evolutionaire toestand totdat plaats is gemaakt voor verdere vooruitgang, door het wegtrekken van de natuurrijken die eraan vooraf gaan.

Wat betreft de dieren, en eigenlijk al de andere rijken in soortgelijke omstandigheden, zij ondergaan tegenwoordig een vertraging in een iets andere zin, omdat zij nog niet zo ver zijn ontwikkeld dat zij menselijke kwaliteiten en krachten tot uitdrukking kunnen brengen. Zij zullen het op de opgaande boog niet redden om voor de rest van de huidige ketenmanvantara het mensenrijk binnen te gaan, en dit is de betekenis van de frase die vaak in theosofische geschriften kan worden gevonden, dat de deur naar het mensenrijk rond het middenpunt van het vierde wortelras werd gesloten.

Het omgekeerde geldt ook: wanneer een individu, groep, levensgolf of natuurrijk is vertraagd door een karmische noodzakelijkheid en wanneer de weg voor hen dan eindelijk is geopend om verder te trekken en zij daarvoor al klaar zijn, vindt er een onmiddellijke versnelling plaats, een opwekking of verlevendiging van de gehele levensstroom zodat hun vooruitgang vanaf het begin van zo’n versnelling heel snel gaat en snel verder rolt. Zulke individuen zijn voorbereid en zullen zich snel ontplooien en ontwikkelen wanneer het moment daarvoor aanbreekt — de wet van versnelling is niets anders dan het tegenovergestelde van de wet van vertraging.

Het Vervangende Woord

Volgens het vrijmetselaarsrituaal was het Woord van de meester verloren gegaan door de dood van Hiram Abif, de twee andere meesters, de koningen Salomo en Hiram, waren het vanaf dat moment eens dat het Woord tijdelijk zou worden gebruikt als een vervanging van het Woord van de meester tot het moment waarop het ware Woord zou zijn gevonden. Onder de pythagoreeërs werd het on­uit­sprekelijke ...

WOORD als het zevende en hoogste van alle beschouwd, want er bestaan zes lager staande plaatsvervangers, die elk bij een graad van inwijding behoren. (IU 2:418)

Onder de joden wordt ’Adonai gezien als een vervanger voor het Tetragrammaton dat in de Bijbel onjuist wordt vertaald als Jehovah en altijd uitgesproken als Adonai.

De oorzaak van de enorme verwarring over de goddelijke namen ligt in de geheimhouding van de eerste kabbalisten, die de werkelijke mysterienaam van de ‘eeuwige’ voor ontheiliging wilden behoeden, en later in de voorzichtigheid die de middeleeuwse alchemisten en occultisten in acht moesten nemen om hun leven te redden. Dit heeft de mensen ertoe gebracht de Jehovah uit de bijbel aan te nemen als de naam van de ‘ene levende God’ ... De bijbelse naam Jehovah kan dus eenvoudig worden beschouwd als een plaatsvervanger, die men, omdat hij tot een van de ‘machten’ behoorde, ging beschouwen als de naam van de ‘eeuwige’ ... Het verbod betrof helemaal niet de naam van de exoterische Jehovah, van wie de talrijke andere namen ook konden worden uitgesproken zonder dat men zich enige straf op de hals haalde ... Immers de eeuwige is iets hogers dan de exoterische persoonlijke ‘Heer. (IU 2:400-1)

Oude namen waren altijd symbolen of afbeeldingen; dus alle namen van de Eeuwige, het oneindige en onbegrijpelijke, zijn vervangingen, niet meer dan namen, pogingen om te omschrijven wat onbeschrijfelijk en onuitsprekelijk is.

Het woord Jehovah, indien de vrijmetselarij er trouw aan blijft, zal altijd dienen als plaatsvervanger van, en nooit hetzelfde zal zijn als de verloren wonderbaarlijke naam. (IU 2:398)

Zie ook De Onuitsprekelijke Naam; Het Verloren Woord

Verzoening

[van Engels atonement]

Verzoening wordt teweeggebracht door een hervorming van het lagere zodat die één kan worden met het hogere. Vandaar dat een aantal Westerse mystici verwijzen naar de vormen van boetedoening waarin het eerdere idee van verzoening een rol speelt. In het Engels spreekt men van atonement, at-one-ment, wat vrij vertaald een-worden-met betekent of neerkomt op een heel-making of één-making. Op zijn best betekent het Engelse atonement het één worden van de menselijke ego met zijn geestelijke tegenhanger als de levenskracht of de vitaliteit van de lagere persoonlijke mens wordt opgeofferd aan het hogere zelf, met geestdrift en vol vreugde. Dus het leven dat de priester wordt gedwongen te offeren is niet zijn fysieke lichaam, maar het ongewenste en onvolmaakte leven van zijn lagere zelf, de zelfzuchtige persoonlijkheid. Het offeren van hulpeloze dieren — een gebruik waartegen door Gautama Boeddha met nadruk is geprotesteerd — is slechts één voorbeeld van de manier waarop verheven geestelijke leringen of inwijdingsceremonieën kunnen vervallen tot afschrikwekkende of wrede rituelen. Hoe dan ook ...

de verzoening door bloed — het bloedverbond en de bloedoverbrenging van goden naar mensen, en door mensen als offers aan de goden — vormen de eerste grondtoon in elke kosmogonie en theogonie; ziel, leven en bloed waren in elke taal synoniem ... De mystieke betekenis van het gebod, ‘Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, heeft u geen leven in u’ [Johannes 6:53] ... moet met behulp van drie sleutels worden geïnterpreteerd, waarvan de ene de psychologische deur opent, de tweede die van de fysiologie, en de derde het mysterie van het aardse bestaan verklaart door de onscheidbare vermenging van theogonie en antropologie te onthullen. (BA 3, 100)

De relatie die verzoening heeft met de intellectuele en morele ontwikkeling van de mensheid kan aldus worden verklaard:

Het hogere manas of het EGO is in essentie goddelijk en daarom zuiver; ... Maar juist door het feit dat — hoewel het tweevoudig is en tijdens het leven het hogere van het lagere verschilt — ‘de vader en de zoon’ één zijn, en omdat de lagere ziel, door zich te verenigen met het ouder-ego, daarop al haar goede zowel als slechte handelingen vastlegt en afdrukt, moeten beide lijden; het hogere ego, hoewel onschuldig en zonder blaam, moet de straf voor de verkeerde daden die zijn begaan door het lagere zelf daarmee samen dragen in hun toekomstige incarnatie. De hele leer van de verzoening is gebaseerd op deze oude leerstelling; ... De Geheime Leer laat zien dat de mānasaputra’s of incarnerende EGOS vrijwillig en doelbewust de last van alle toekomstige zonden van hun toekomstige persoonlijkheden op zich hebben genomen. ... Het is daarom juist te zeggen dat wanneer wij doof blijven voor de stem van ons geweten, wij de Christos in ons kruisigen. (TBL 55-6)

Zie ook Plaatsvervangend Lijden

Vesica Piscis

(Latijn) Letterlijk: vissenblaas.

De vesica werd in de oudheid voor verschillende soorten vergaarbekkens gebruikt en kan dan ook worden vertaald als een vergaarplaats of ontvanger, de ontvanger van de Christus.

In de kerkelijke kunst is het een aureool van glorie in de vorm van een ovaal rond een punt wat het embleem is van de mystieke Christus en een symbool voor wereldverlossers in het algemeen. Zo betekent het ook het einde van de ene cyclus en de inluider van de volgende, van zondvloeden en van het laatste teken van de dierenriem. Het teken is in grote getale aanwezig in de catacomben van Rome, het is ook te zien rond de figuren van heilige personen zoals Jezus of de Maagd Maria. Het is het symbool van de mystieke Moeder en is verbonden met de kosmische Maagd; de ovaal en zijn afbeelding als een aureool die de figuur omcirkelt, symboliseert het ei.

De vesica piscis is een typisch geval van een grote verzameling van complexe en verweven mystieke symbolen waarin het fallische aspect de sporen schijnt te volgen van pogingen om zeer geestelijke en zeer diepzinnige feiten uit te beelden. Het menselijke denken, dat zo ontzettend graag grafische symbolen van zuiver abstracte werkelijkheden maakt, zal echter vroeg of laat het zicht verliezen op de abstracte waarheid, zodat alleen het plaatje nog overblijft.

Zie ook Ichthys

Vesta

Ook Hestia, dochter van Saturnus (Kronos) en Rhea, zuster van Jupiter, Juno, Ceres, Pluto en Neptunus (Zeus, Hera, Demeter, Hades en Poseidon).

Als de eerstgeborene werd zij als Terra of Gaia de godin van de aarde. Zij wordt op verschillende manieren voorgesteld als de vrouw van Uranus en ook als een goddelijke maagd, beide verhalen zijn waarschijnlijk overblijfselen van een eerdere mythe die lijkt op die waarin Demeter, Isis, Neith en andere godinnen centraal staan.

In prehistorische tijden zijn sporen terug te vinden van de aanbidding van godinnen die lijken op Vesta. De verering van goden kreeg in het oude Ierland, de Hebriden en onder de Inca’s van Peru, een status van heiligheid en aanzien. Maar er is er niet een zo uitgebreid gedocumenteerd als de Romeinse cultus van de aanbidding van Vesta die draait om het bewaken van het heilige vuur, het symbool van de hoogste idealen van de Staat, en dus van het huis en het gezinsleven. In Rome werd godenverering steeds belangrijker totdat de positie van de priesteres zich bijna kon meten met die van een lid van het koningshuis. Er bestaat een verhaal dat Numa de verering van Vesta in Rome introduceerde en de Tempel van Vesta had opgericht.

Vestaalse Maagden

Zij waren de priesteressen/wachters van het heilige vuur van de Romeinse Staat.

Oorspronkelijk waren er vier, later zes en op het laatst zeven. Hun speciale taak was het verzorgen van het heilige vuur, dat nooit mocht doven. Maar eens per jaar werd het met opzet en met gepast ceremonieel gedoofd en daarna opnieuw ontstoken met behulp van ‘zuiver’ of elementaal vuur — vuur opgewekt door wrijving of door middel van een vergrootglas.

De Vestaalse maagden werden in hun kindertijd geselecteerd en hun uitverkiezing was het voorrecht van de koning; in het keizerrijk en de republiek had de Pontifex Maximus de eer. De gekozene legde een gelofte van kuisheid af voor een periode van dertig jaar, na die tijd was zij vrij om naar de wereld terug te keren en te huwen als zij dat mocht wensen. Er was zo’n eer aan verbonden dat maar weinigen gebruik konden maken van dit voorrecht en ondanks de vereisten stonden er toch altijd meer kandidaten voor de functie in de rij dan er konden worden aangenomen. Op overtreding van de gelofte van kuisheid stond een zware straf.

De dames genoten bijzondere staatsprivileges en in veel opzichten stonden zij boven de Romeinse wet. Bij processies van evenementen van de staat werden zij vooraf gegaan door een officier die de fasces1) droeg en tijdens openbare uitvoeringen werden de beste stoelen voor de maagden gereserveerd. In alle grotere ceremonieën en staatsvieringen hadden zij een belangrijk aandeel. Zij hadden de absolute macht om welke misdadiger dan ook die zij op zijn weg om geëxecuteerd te worden aan mochten treffen, amnestie te verlenen voorzover de ontmoeting niet opzettelijk gepland was. Zij konden binnen de muren van het paleis worden begraven, een voorrecht dat zij alleen met de Romeinse keizer deelden. Slaven werden aangesteld om hen te dienen. Zij waren ook de beheerders van belangrijke staatsarchieven en leefden met bijna koninklijke pracht in het geweldige Atrium Vestae dat grensde aan de officiële vertrekken van de Pontifex Maximus zelf. Hun belangrijkste feest was de Vestalia, dat op 9 juni werd gevierd. Vanuit het centrale vuur, dat zoals gezegd aan hun zorg was toevertrouwd, voorzagen zij de altaren van andere goden van hun vuur en zelfs afgelegen koloniën werden niet gewijd geacht totdat hun altaarvuren waren ontstoken met het vuur van het centrale vuur.

Vergeleken met andere culten in andere delen van de wereld, vooral die in India waar vroeger een verheven aanbidding plaatsvond die een volstrekte kuisheid vereiste, de verzaking van de devadasi’s2) of nachni’s van de tempels, schijnt deze cultus van Rome, ondanks zijn wereldlijke aard, minder in verval te zijn geraakt dan zou mogen worden verwacht op basis van de rationele en wereldse macht die die omringde.

OV: 1) Een oud Romeins symbool van het gezag van de hogere magistraten, in de vorm van een roedenbundel met bijl.
2) Letterlijk dienares (dāsī) van de goden (deva’s).

Vetala

(Sanskriet) Vetāla

Een geestverschijning, spook of elementaar, een astrale entiteit die begraafplaatsen bezoekt en lijken tijdelijk opnieuw bezielt.

Vetala-siddhi

(Sanskriet) Vetāla-siddhi

Een van de soorten van toverij; een ...

middel om macht te verkrijgen over de levenden door zwarte magie, incantaties en ceremoniën die boven een overleden mens worden uitgevoerd, waardoor het lijk wordt ontwijd. (TG 364)

Via Straminis

(Latijn) De weg van stro, de sliertige weg, de Melkweg.

De term verwijst overduidelijk naar de slierten licht waarmee de Melkweg is bezaaid, net als het stro dat in de oudheid vaak over wegen werd gestrooid. De oude Syriërs die op hun eigen wijze de fasen van de natuur beschreven, noemden de geestelijke regenten binnen en achter de Melkweg hun Eerste beginsel. De theosofie ziet de Melkweg niet alleen als de oorsprong van alle gemanifesteerde zonnestelsels maar ook als de voorraadschuur van deze zonnestelsels wanneer zij klaar zijn met hun ontwikkelingsweg en terugkeren naar de onzichtbare achtergrond van de Melkweg voor hun lange pralaya, hun lange rust. Toch is dit maar een bescheiden rol die de Melkweg in het kosmische verkeer speelt, want de weg van de goden, zoals veel oude mystici die noemden, bevat slechts enkele van de diepste mysteriën die de menselijke geest op zijn eindeloze zoektocht naar waarheid en kennis heeft blootgelegd. De Romeinen gebruikten twee andere uitdrukkingen om naar de Melkweg te wijzen: de circulus lacteus (melkachtige cirkel) en via lactis (weg van melk).

Vibha-vasu

(Sanskriet) Vibhā-vasu [van vibhā stralen met grote schittering + vasu een naam van Agni, kosmisch vuur of fohat; ook de stralende oersubstantie van de kosmos]

Schitterende en stralende substantie; pralaya begint wanneer Agni in zijn hoedanigheid van vernietiger begint te schitteren met een vernietigende of vernieuwende straling, of zelfs hitte — waarmee dus de ontbinding van een manvantara wordt ingeluid, wat uitmondt in een pralaya.

Vibhutayah

(Sanskriet) Vibhūtayaḥ [meervoud van vibhūti machtig, krachtig; bovenmenselijke kracht]

Siddhi’s, magische of bovenmenselijke vermogens, machten. De acht vibhutayah die in het bezit zouden zijn van Śiva, zouden ook binnen het bereik moeten liggen van mensen. Ze kunnen als volgt worden opgesomd:

animan — het vermogen om zo klein te worden als een atoom*;

laghiman — extreem licht van gewicht zijn;

prapti — het verwerven of bereiken van wat dan ook;

prakamya — onbuigzame wil;

mahiman — onbegrensde massa;

isita — hoogste heerschappij;

vasita — onderwerpen met behulp van magie en

kamavasayita — het onderdrukken van alle verlangens.

Zie ook Geestelijke Vermogens

*OV: Zoals het kunnen vormen van een mayavi-rupa en het verplaatsen van ons bewustzijn en waarnemingsvermogen naar waar we ook maar willen gaan?

Vibraties

Ook Trillingen

Beweging is een fundamenteel beginsel van de universele natuur en de onbegrensde ruimte die zelfs niet ophoudt tijdens een pralaya. Toch krijgen we maar een beperkt beeld van zijn werkelijke aard, ook al ontvangen we onmiddellijke inzichten door de verschijningsvormen ervan, waarvan de meest fundamentele die van trilling of vibratie is. Het essentiële kenmerk van vibratie is zijn periodiciteit of cyclische beweging. Zo komt de cyclische beweging naar voren in de afwisseling van manvantara en pralaya, in de kosmische Grote Adem en in de snelste trillingen van de kleinste deeltjes. De relatieve periodiciteit van verschillende trillingen vormt een wiskundige schaal op basis waarvan fenomenen kunnen worden geclassificeerd.

Geluid is een universeel beginsel dat zich fysiek laat vertalen in trillingen van de massa en de deeltjes van lichamen. Door een logische verwarring noemen natuurkundigen de effecten ‘geluid,’ maar zij zijn niet meer dan één van de resultaten van oorzakelijk geluid. We zouden net zo goed angst kunnen beschrijven als het beven van een lichaam, terwijl we weten dat het beven een gevolg is van een emotie. Hetzelfde is van toepassing op warmte, licht en andere uit de lijst van natuurkundige krachten die zichzelf openbaren door trillingen.

Vibratie is in al zijn duizenden gemanifesteerde vormen het gevolg van verborgen innerlijke oorzakelijke middelaars. De trillingen die volgen uit zulke innerlijke bewegingen brengen zichzelf tot uitdrukking door lichamen of sluiers en vinden altijd hun weg naar buiten in overeenstemming met de oorzakelijke ritmes en wiskundige kwanta als frequentie, intensiteit en kwaliteit. Er zijn dus net zoveel soorten trillingen als er verschillende oorzakelijke middelaars zijn. Derhalve zijn er trillingen die zich als gevolgen op ons grove stoffelijke gebied voordoen en er zijn andere trillingen die zichzelf openbaren op de astrale, emotionele, psychologische of lagere mentale gebieden. Er zijn ook trillingen van een hogere soort die ontspringen in de intellectuele en spirituele monaden van de menselijke constitutie.

Verder zijn alle trillingen zelf kracht en energie, omdat die de uitdrukking zijn van energie en zijn daarom in staat energie of krachten van precies dezelfde kwaliteit of frequentie of intensiteit in andere wezens op te wekken die blootstaan aan de invloed daarvan — wat de verklaring is van sympathische trillingen. Wanneer trillingen zich met elkaar verbinden en in frequentie en kwaliteit synchroon gaan lopen, ontstaat wat we noemen sympathie, liefde of aantrekking en zulke sympathische trillingen zijn werkzaam op alle gebieden van de gehele natuur. Dit speelt niet alleen een rol in de relaties tussen mensen onderling, maar ook in zulke zaken als groepspsychologie, de opgewonden geestdriftige sympathieën die een publiek bij een voorstelling beïnvloeden, maar ook in haat en verzet — zelfs gezondheid en ziekte worden doorgegeven door middel van trillingen, de eerste die hierdoor is aangedaan zegt dan dat hij of zij ergens last van heeft, van wat dan ook, tegen hen die op dat moment (nog) niet ontvankelijk zijn voor de binnentredende trillingen en die voor dat moment synchroon vibreren met die energie waaraan ze blootgesteld staan. Er is natuurlijk zoiets als weerstand die zichzelf op vele verschillende manieren tot uitdrukking brengt, zoals het in staat zijn de opdringende energie af te slaan en zelfs naar de afzender terug te sturen, bewust of onbewust; en hierin ligt het geheim van het oude middeleeuwse gezegde dat vloeken naar huis keren om op het nest met de eieren te gaan zitten, of dat als de magiër niet sterker is dan de elementalen of de natuurgeesten die hij probeert te beheersen hij onvermijdelijk het slachtoffer daarvan zal worden.

Het beginsel van de sympathische trillingen behoort tot de enorme vermogens van geluid, waarvan er enkele bekend zijn aan natuurkundigen. De ontdekkingen van John Worrell Keely (vgl. SD 1:555-66) hadden hiermee van doen. Hij was in staat met een reusachtige machine een enorme energie op te wekken zonder gebruik te maken van het in die tijd heersende beginsel van een hoge druk; zijn ontdekkingen waren echter te ver zijn tijd vooruit en de uitkomsten daarvan teleurstellend.

Alle trillingen van wat voor frequentie, intensiteit of kenmerkende soort ook, zijn altijd gevolgen en toch ook altijd in staat om op hun beurt oorzaken te worden die de gevolgen van hun eigen soort voort zullen brengen. Met andere woorden, er is altijd de oorspronkelijke of oorzakelijke middelaar voor elk specifiek geval van trilling dan ook. Dus de denker schept mentale trillingen die we het denken of gedachten noemen, of emotie of gevoel.

Werkelijk, elke entiteit of ding in het heelal is onophoudelijk in beweging of trillend actief en komt voort uit een kracht die inherent is aan de entiteit of het ding zelf en deze vermenging van activiteiten van trillingen stellen de enorme diversiteit van het heelal om ons heen samen. Dus elk atoom, elektron, molecuul of wezen, waar dan ook, zingt met zijn eigen trillende toon dat het gemaakte geluid is van zijn eigen kenmerkende svabhāva of individualiteit. Als we maar het mystieke geluid van ons lichaam konden horen dan zou dat klinken als een geweldige symfonie van verschillende geluiden. Om deze reden sprak Pythagoras over de muziek der sferen en gaf hij elk hemellichaam zijn eigen overheersende toon en verklaarde dat uit de vermenging van zulke individuele tonen of geluiden de harmonie van de sferen ontstaat.

Vidblainn

(Noors) Het uitgestrekte blauw.

Een van de verblijfplaatsen van de Noorse goden, de derde ‘hemel.’ Blavatsky zegt dat het verwijst naar de derde bol van de aardketen op de klimmende boog (bol F) (SD 2:100).

Vidya

(Sanskriet) Vidyā

Wijsheid ten aanzien van spirituele aangelegenheden, ook de occulte wetenschap.

Zie ook Jnana

Vidyadhara  

(Sanskriet) Vidyādhara

Een entiteit die kennis van magie bezit. Een of ander etherisch wezen dat bijna altijd in het astrale verblijft ...

ook wel nabhas-chara genoemd, ‘bewegend in de lucht,’ vliegend, en priyam-vada, ‘met zoete stem.’ Zij zijn de sylfen van de rozenkruisers, lagere goden die in de astrale sfeer wonen, tussen de aarde en de ether in. Het populaire volksgeloof beschouwt hen als weldadige wezens, maar in werkelijkheid zijn zij geslepen en slecht en zijn het intelligente elementalen, ofwel ‘Machten van de lucht.’ In het Oosten en in het Westen ziet men ze als zij die gemeenschap hebben met mensen (‘een gemengd huwelijk vormen,’ om de taal van de rozenkruizers te gebruiken ... ). In India worden zij ook wel kama-rupins genoemd omdat zij naar wens elke vorm aannemen. Het is onder deze wezens waar de ‘geest-echtgenotes’ en ‘-echtgenoten’ van bepaalde moderne spiritistische mediums en hysterische types worden geworven. Zij zijn er verschrikkelijk trots op dat zij zulke verderfelijke contacten hebben (bijvoorbeeld de Amerikaanse ‘Lily,’ de geest-vrouw van een welbekend hoofd van een nieuw opgekomen gemeenschap van spiritisten, van een groot dichter en bekend schrijver, die hen de engel-gidsen noemen en beweren dat zij de geesten van beroemde ontlichaamde stervelingen zijn. Deze ‘geest-echtgenoten’ en ‘-vrouwen’ vinden niet hun oorsprong onder de moderne spiritisten, maar zijn in het Oosten al duizenden jaren bekend en worden in de occulte filosofie met de hierboven vermelde namen genoemd, en zijn aan de wereldse mens bekend als — piśacha’s. (TG 364)

Hun werkelijke naam wordt niet bekendgemaakt omdat zij kosmische wijsheid bezitten, doordat deze vidyadhara’s in hiërarchische gebieden net onder de goden verblijven, die de bewaarders van kosmische wijsheid zijn. Daarom worden zij dan ook de bezitters van ten minste een bepaald deel van de instinctieve of aangeboren magische kennis van de rijken van maya genoemd en werd er altijd naar hen gekeken als degenen die de gevaarlijkste en meest misleidende wezens zijn van de oneindig vele, wederzijds invloed uitoefenende hiërarchieën van het heelal. Zij zijn eigenlijk een soort van half-intelligente, of in hun hogere vormen zelfs simpelweg intelligente, kosmische elementalen of genii en kunnen ofwel weldadig of zeer kwaadaardig zijn, afhankelijk van het innerlijke weerstandsvermogen van de mens of de aangeboren zwakheid van het individu voor de indrukken die van hen worden ontvangen.

Vier

De vier is het kwadraat van twee en het tweede even getal en daarom vrouwelijk wat haar kenmerken betreft. Dit getal werd door de pythagoreeërs bijzonder hoog geacht want het vormde de basis van de tetraktis. De vier komt overeen met een vaste vorm of een vierkant, het viertal. Hoewel die op het spirituele gebied de onmiddellijke opvolger is van de triade, is het viertal het symbool van onsterfelijkheid geworden en daarom is de vier in deze zin een volmaakt getal, de ideale wortel van alle volgende hiërarchische getallen op de lagere gebieden, inclusief het stoffelijke. Aldus is de geestelijke vier het moedertype van alles dat wordt geproduceerd, maar er is ook een stoffelijke vier, de ideale wortel van alle getallen op de astrale en stoffelijke gebieden.

De vier werd door de pythagoreeërs de sleutelbewaarder van de natuur genoemd, maar was dat alleen maar als het een eenheid vormde met het getal drie, want dan was het totaal zeven — het volmaakte getal van de natuur in onze wereld. De hermetici kenden hetzelfde idee: vier was het symbool van waarheid wanneer het was uitgebreid tot een kubus, want als die kubus werd uitgevouwen vormde die het getal zeven. De vier is het getal ...

dat een rekenkundige scheiding oplevert tussen de een en de zeven, want de 4 overtreft het eerste met hetzelfde getal (drie) als het zelf door de zeven wordt overtroffen, omdat vier evenveel groter is dan een, als zeven groter is dan vier. (SD 2:582)

Het getal vier wordt op de gebieden van de stof als vrouwelijk gezien en wordt alleen mannelijk en als energie beschouwd op het hoogste abstracte gebied. Wanneer verenigd met drie (geest) is ...

hun vereniging het embleem van het eeu­wi­ge leven in de geest op zijn opgaande boog, en in de stof als het steeds herrijzende element — door voortplanting en voortbrenging. (SD 2:592)

In het oude en moderne occultisme worden de 3, 4 en 7 als heilig gezien en als symbool van licht, leven en vereniging — tenminste tijdens ons huidige manvantara; want er wordt ongeveer als volgt geredeneerd: de eenheid, de Een of de monade, wordt gezien als het voortbrengende punt van de geest, waaruit de eerste gemanifesteerde stroom van energie ofwel de duade naar voren komt, die zichzelf tot uitdrukking brengt in de triade, de drager en houder van kosmische wijsheid en daarom voor ons ‘licht’. Deze drie brengen zichzelf in de volgende fase van differentiatie tot uitdrukking, omhuld door een voertuig, het kwadraat ofwel de vier, dat aldus het gemanifesteerde leven wordt. Dus, wanneer licht en leven samengaan in een verenigde activiteit zien we het volledige zevental, het betekenisvolle getal van het complete monadische wezen op dit gebied — het zevenvoudige individu.

De vier verschijnt ook in de heilige sleutelgetallen 4, 3, 2 (in deze volgorde): dit zijn de basisgetallen die bij esoterische berekeningen worden gebruikt en die vormen de getalsmatige opbouw van de tijdperken van de vier yuga’s van het oude India, die ook het meest opvallen in oude Chaldeeuwse berekeningen — want de wetenschap van de getallen was in beide landen altijd gelijk.

Het heilige karakter van de cyclus van 4320 met daaraan toegevoegde nullen ligt in het feit dat de cijfers waaruit het getal bestaat, afzonderlijk genomen of samen voorkomend in verschillende combinaties, elk een symbool zijn van de grootste mysteriën in de Natuur. Inderdaad, of men de 4 afzonderlijk neemt, of de 3 op zichzelf, of beide samen die 7 vormen, dan wel de drie opgeteld die 9 opleveren, al deze cijfers hebben hun toepassing bij de meest heilige en occulte zaken, en geven de werkingen van de Natuur weer in haar eeuwig periodieke verschijnselen. Het zijn voortdurend terugkerende cijfers die zich nooit vergissen en die aan hem die de geheimen van de Natuur bestudeert, een werkelijk goddelijk stelsel onthullen, een intelligent plan in de kosmogonie, dat voert tot natuurlijke kosmische indelingen van tijden, seizoenen, onzichtbare invloeden, sterrenkundige verschijnselen, met hun actie en reactie op de aardse en zelfs op de morele natuur; op geboorte, dood en groei, en, op gezondheid en ziekte. Al deze natuurlijke gebeurtenissen berusten op en hangen af van cyclische processen in de Kosmos zelf, die periodieke krachten voortbrengen die, van buitenaf werkend, invloed uitoefenen op de aarde en alles wat erop leeft en ademt, van het begin tot het einde van elk manvantara. Oorzaken en gevolgen zijn esoterisch, exoterisch, en om zo te zeggen endexoterisch. (SD 2:73-4)

Als terugkerende gevallen van de reeks 4, 3, 2 leveren de daaraan toegevoegde 3 nullen de lengte van het kaliyuga op: 432.000 jaar; met 4 nullen staat het voor het totaal van de vier yuga’s of een mahayuga: 4.320.000 jaar; met 7 nullen staat het voor het tijdperk van 14 Manu’s of 1.000 mahayuga’s, wat één Dag van Brahmā wordt genoemd of een tijdperk van 4.320.000.000 jaar. Wanneer het laatstgenoemde getal wordt vermenigvuldigd met twee — om er dezelfde periode van een Nacht van Brahmā aan toe te voegen — en die uitkomst met één jaar van Brahmā wordt vermenigvuldigt (wat gelijk is aan 360 van zulke dagen en nachten) krijgen we het basisgetal van het Leven van Brahmā (dat bestaat uit 100 jaar). Als 4320 door twee wordt gedeeld krijgen we 2160, wat vermenigvuldigd met 12 het aantal jaren van een precessionele cyclus oplevert; bovendien vormt 2160 een zogenoemde messiaanse cyclus.